ECLI:NL:RBSHE:2006:BQ3110
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.F.M. Strijbos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling schadevergoeding wegens niet tot stand gekomen overeenkomst
A BV en B BV waren betrokken bij een project voor de ontwikkeling van een terrein in Breda. Op 23 december 2005 tekende A BV een overeenkomst die volgens haar bindend was, terwijl B BV stelde dat er een voorbehoud van goedkeuring door de directie was gemaakt, waardoor geen definitieve overeenkomst tot stand kwam.
A BV vorderde betaling van een schadevergoeding van €50.000 wegens eenzijdige beëindiging door B BV. B BV voerde verweer dat er geen onvoorwaardelijk aanbod was gedaan en dat G, de onderhandelaar namens B BV, onbevoegd was om de overeenkomst te sluiten.
De rechtbank oordeelde dat het geschil zich wel leent voor kort geding, maar dat op basis van de beschikbare feiten en omstandigheden het meest aannemelijk is dat er geen onvoorwaardelijke overeenkomst tot stand is gekomen op 23 december 2005. Het voorbehoud van goedkeuring door de directie was bepalend. De stellingen over onbevoegde vertegenwoordiging bleven onbesproken.
De vorderingen van A BV werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter J.F.M. Strijbos op 23 juni 2006.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €50.000,- schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een bindende overeenkomst.