ECLI:NL:RBSHE:2006:BQ3218

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 maart 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
75918 HA ZA 02-105 (29 maart 2006)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot alsnog hoger beroep in letselschadezaak wegens sexueel misbruik

In deze civiele zaak vordert eiseres vergoeding van letselschade als gevolg van seksueel misbruik. De gedaagde heeft bij brief verzocht om alsnog hoger beroep toe te staan tegen een tussenvonnis waarin een belangrijke beslissing over de aansprakelijkheid is genomen.

De rechtbank heeft eiseres in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren, waarna zij bezwaar maakte tegen het toestaan van het hoger beroep. De rechtbank overweegt dat hoewel de aansprakelijkheid deels is erkend, het onderzoek naar de hoogte van de schade nog niet volledig is afgerond.

Omdat het schadeonderzoek bijna is afgerond en slechts één schadepost nog nader onderbouwd moet worden, ziet de rechtbank geen reden om tussentijds hoger beroep toe te staan. Het verzoek wordt daarom afgewezen en het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2006.

Uitkomst: Verzoek tot alsnog hoger beroep tegen tussenvonnis wordt afgewezen omdat schadeonderzoek bijna is afgerond.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 75918 / HA ZA 02-105
Vonnis van 29 maart 2006
in de zaak van
[Partij A],
wonende te [[adres],
eiseres,
procureur mr. J.A.T.M. van Zinnicq Bergmann,
tegen
[Partij B],
wonende te [adres],
gedaagde,
procureur mr. J.L. Brens.
Partijen zullen hierna [partij A] en [partij B] genoemd worden.
1. Het verzoek om alsnog hoger beroep toe te staan
1.1. Bij brief van 27 februari 2006 heeft mr. Brens namens [partij B] de rechtbank verzocht om alsnog hoger beroep toe te staan van het vonnis van 18 januari 2006.
1.2. De rechtbank heeft [p[partij A] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 7 maart 2006 heeft mr. Van Zinnicq Bergmann namens [p[partij A] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek bezwaar te hebben.
2. De beoordeling
2.1. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Inderdaad is in tussenvonnis een belangrijke eindbeslissing genomen over de aansprakelijkheidsvraag. [partij B] heeft echter erkend dat hij een deel van de schade van [p[partij A] moet vergoeden. Dat betekent dat een onderzoek naar de hoogte van de schade hoe dan ook noodzakelijk is, ook indien in appel anders zal worden beslist over de aansprakelijkheid. Het onderzoek naar de hoogte van de schade is bovendien inmiddels al bijna afgerond. [p[partij A] moet in verband met één schadepost nog nadere stukken overleggen. Indien die stukken genoegzaam blijken, kan een eindvonnis worden gewezen. De rechtbank ziet daarom geen reden om tussentijds appel tegen het tussenvonnis van 18 januari 2006 toe te staan.
3. De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Riemens en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2006.