ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ5938
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid oproeping in vrijwaring in schadestaatprocedure na bodemvonnis
In deze civiele zaak vordert partij y de oproeping in vrijwaring van een derde, [z], tijdens de schadestaatprocedure voortvloeiend uit een eerder vonnis uit 2001. Partij x voert verweer en stelt dat een vrijwaringsverzoek in deze fase van de schadestaatprocedure niet meer aan de orde is, omdat deze voorziening vóór alle weren in de hoofdzaak moet worden ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het hoofdgeding en de schadestaatprocedure niet als afzonderlijke procedures worden beschouwd voor de toepassing van vrijwaring. Hierdoor is het in beginsel niet mogelijk om in de schadestaatprocedure nog incidenten tot oproeping in vrijwaring uit te lokken. Partij y komt te laat met zijn verzoek en heeft onvoldoende omstandigheden gesteld die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart de vordering van partij y niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de proceskosten van het incident. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 7 februari 2007 voor verdere behandeling van de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vordering tot oproeping in vrijwaring niet-ontvankelijk en veroordeelt partij y in de proceskosten.