ECLI:NL:RBSHE:2007:BA8239
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Beperking eigen bijdrage bij gefinancierde rechtshulp tot maximaal forfaitaire vergoeding
In deze zaak ging het om de incasso van de eigen bijdrage van € 677,00 die door de Raad voor Rechtsbijstand aan de rechtzoekende was opgelegd, waarvan € 377,00 als voorschot was voldaan. De Raad stelde de vergoeding forfaitair vast op € 491,15 en verrekende dit bedrag met de eigen bijdrage.
De rechtbank overwoog dat het niet de bedoeling is dat een rechtzoekende die een toevoeging heeft gekregen, meer aan eigen bijdrage betaalt dan wanneer hij geen toevoeging had aangevraagd. Evenmin mag de advocaat meer ontvangen dan de forfaitair vastgestelde vergoeding.
Op grond van artikel 38 lid 4 van Pro de Wet op de Rechtsbijstand en artikel 30 van Pro de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken mag de advocaat bij verhaal van de eigen bijdrage nooit meer in rekening brengen dan het verschuldigde salaris, berekend naar belang, moeilijkheid en tijdsbesteding. In deze zaak werd het salaris begroot op € 150 per uur en de tijdsbesteding op 1 uur en 55 minuten, wat leidde tot een maximaal in rekening te brengen bedrag van € 380,99.
Na verrekening van het voorschot resteerde een bedrag van € 3,99 dat nog betaald moest worden. De rechtbank stelde dit bedrag als de nader vastgestelde eigen bijdrage vast en verklaarde de beslissing uitvoerbaar op de minuut.
De uitspraak benadrukt dat in zeldzame gevallen de advocaat mogelijk minder ontvangt dan de volledige forfaitaire vergoeding, maar dit is een gevolg van het systeem van gefinancierde rechtshulp waarbij de advocaat toch een volledige honorering voor zijn werkzaamheden ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank stelde de eigen bijdrage van de rechtzoekende nader vast op € 3,99 en verklaarde deze beslissing uitvoerbaar op de minuut.