ECLI:NL:RBSHE:2007:BA9871
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Visser
- N.M. Spelt
- W.A.F. Damen
- Rechtspraak.nl
Berekening en oplegging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel aan veroordeelde
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder veroordeeld was voor onder meer gewoonteheling, valsheid in geschrift en overtredingen van de Opiumwet. De zaak betrof een combinatie van strafrechtelijke feiten en de financiële gevolgen daarvan.
De rechtbank hanteerde een gecombineerde methode van vermogensvergelijking en een berekening ex artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen. De verdediging voerde aan dat de vermogensvergelijking onjuist was en onderbouwde dit met rapportages van een accountant, maar deze werden door de rechtbank afgewezen wegens onvoldoende betrouwbaarheid en het ontbreken van overtuigende bewijsstukken.
Verder werden door de rechtbank de verklaringen van getuigen over geldleningen niet geloofd, omdat deze leningen gefingeerd bleken te zijn. Ook werd een bedrag van €24.780,-- toegekend aan het wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met een henneptransport.
De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel €788.748,-- bedroeg en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. Matiging van het bedrag werd niet gegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk was dat veroordeelde niet aan zijn betalingsverplichting zou kunnen voldoen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €788.748 aan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.