ECLI:NL:RBSHE:2007:BB1334
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Examencommissie inzake afwijking kandidaatsexamen deadline
Verzoekers, studenten van de opleiding Technische Bedrijfsvoering 'oude stijl', vroegen de Examencommissie om niet de datum van 1 september 2006 als uiterste datum voor het behalen van het kandidaatsexamen tegen hen te gebruiken, zodat zij hun studie volgens het oorspronkelijke programma konden afronden. De Examencommissie wees dit verzoek af omdat zij geen bevoegdheid heeft om van deze K-deadline af te wijken, zoals bepaald in de Onderwijs- en examenregeling (OER) en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank volgde de Examencommissie en het College van Bestuur in hun standpunt dat de Examencommissie geen wettelijke bevoegdheid bezit om uitzonderingen toe te staan op de K-deadline. De rechtbank stelde vast dat de OER en WHW geen grondslag bieden voor afwijking van deze deadline door de Examencommissie.
De voorzieningenrechter besloot daarom de beroepen ongegrond te verklaren en de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Hiermee blijft de K-deadline onverkort van kracht en dienen verzoekers hun studie binnen het kader van het bachelor/master-programma af te ronden, met de daarbij behorende aanvullende tentamens.
Uitkomst: De beroepen zijn ongegrond verklaard en de verzoeken tot voorlopige voorziening zijn afgewezen; de Examencommissie is niet bevoegd om af te wijken van de kandidaatsexamen deadline.