ECLI:NL:RBSHE:2007:BB3065
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Samenwerkingsovereenkomst hockeyspeler en club geen arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van een samenwerkingsovereenkomst tussen een hockeyspeler en Hockeyclub ’s-Hertogenbosch (HCDB). De speler stelde dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst betrof, waarop hij de overeenkomst wilde ontbinden wegens dringende redenen en veranderde omstandigheden.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610 BW Pro, waarbij gekeken werd naar de bedoeling van partijen, de tekst van de overeenkomst en de feitelijke uitvoering. De club stelde dat er geen gezagsverhouding bestond en dat de overeenkomst niet als arbeidsovereenkomst moest worden aangemerkt.
Uit de feiten bleek dat partijen niet de intentie hadden een arbeidsovereenkomst te sluiten. De overeenkomst betrof vooral de beschikbaarheid van de speler voor het team en enkele trainings- en promotionele activiteiten, zonder dwingende verplichtingen of gezagsverhouding. De vergoeding en doorbetaling bij ziekte waren onvoldoende om van een arbeidsovereenkomst te spreken.
De kantonrechter concludeerde dat geen arbeidsovereenkomst bestond en wees het verzoek tot ontbinding af. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst wordt afgewezen omdat geen arbeidsovereenkomst bestaat.