ECLI:NL:RBSHE:2007:BB3660
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking gebruik onverhard pad naast perceel en ontvankelijkheid bezwaar
In deze bestuursrechtelijke zaak staat het gebruik van een onverhard pad naast een perceel centraal, waarop houten palen zijn geplaatst die de doorgang voor gemotoriseerd verkeer belemmeren. Eisers, eigenaren van aangrenzende percelen, voeren bezwaar tegen deze beperking en de wijze waarop verweerder hun bezwaren heeft behandeld.
De rechtbank stelt vast dat eiser 2 belanghebbende is omdat hij met regelmaat het pad gebruikt voor het weiden van zijn schapen op het perceel van eiser 1. Verweerder heeft echter onzorgvuldig gehandeld door het bezwaar van eiser 2 niet-ontvankelijk te verklaren zonder nadere informatie in te winnen, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:2 Awb Pro.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de houten palen de functie van eerdere schrikhekken overnemen en het pad niet toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer. Dit is niet in strijd met het bestemmingsplan. Ook zijn de bezwaren over ophoging van het pad en wateroverlast onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank verklaart het beroep van eiser 1 ongegrond en dat van eiser 2 gegrond, vernietigt het besluit ten aanzien van eiser 2 en stelt het bezwaar alsnog ontvankelijk maar ongegrond.
De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser 2. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser 1 wordt ongegrond verklaard, dat van eiser 2 gegrond wegens ontvankelijkheidsfout maar inhoudelijk ongegrond, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser 2.