ECLI:NL:RBSHE:2007:BB4901
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E.M. Leclercq
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens onjuiste bedrijfseconomische grondslag en onvoldoende zorgvuldigheid werkgever
Eiseres werd door haar werkgever Prym ontslagen met ingang van 1 september 2006, waarbij Prym het CWI informeerde dat het ontslag bedrijfseconomisch noodzakelijk was vanwege sluiting van de Nederlandse vestiging. De kantonrechter oordeelt dat deze bedrijfseconomische grondslag onjuist is, omdat de financiële situatie van Prym niet precair was en er geen bewijs is dat de onderneming sinds 2004 geen winst meer maakte.
De kantonrechter stelt vast dat Prym de werknemers onvoldoende heeft betrokken bij het besluit tot sluiting, geen afvloeiingsregeling heeft getroffen en onvoldoende hulp heeft geboden bij het vinden van ander werk. Dit leidt tot de conclusie dat het ontslag kennelijk onredelijk is.
Eiseres vordert een schadevergoeding van €21.618,12 op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor 2, maar de kantonrechter acht dit bedrag te hoog gezien haar leeftijd, vaardigheden en het feit dat zij naar verwachting zonder al te veel moeite ander werk kan vinden. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €15.000 bruto.
De kantonrechter veroordeelt Prym hoofdelijk tot betaling van deze vergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, en wijst het meer of anders gevorderde af. Tevens worden de proceskosten aan Prym opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van eiseres is kennelijk onredelijk en Prym is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €15.000 bruto.