Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB6479

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/820216-07
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 Wetboek van StrafrechtArt. 243 Wetboek van StrafrechtArt. 246 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig bewijs in verkrachtingszaak

Op 26 september 2007 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van verkrachting en aanverwante feiten gepleegd in september 2006 te Geldrop. De tenlastelegging omvatte onder meer gedwongen seksuele handelingen met gebruik van geweld of bedreiging en het misbruik van een bewusteloze toestand van het slachtoffer.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldeed en dat zij bevoegd en ontvankelijk was om kennis te nemen van de zaak. Tijdens de behandeling van de zaak werd geconcludeerd dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen. Zo ontbrak het aan bewijs dat verdachte het slachtoffer door geweld of bedreiging tot seksuele handelingen had gedwongen.

De rechtbank oordeelde ook dat het slachtoffer niet in een staat van bewusteloosheid of onmacht verkeerde die haar weerloze maakte, mede gelet op haar eigen gedragingen tijdens de vermeende feiten. Verder was er geen onafhankelijk bewijs naast de aangifte van het slachtoffer; de verklaringen in het dossier waren afkomstig van dezelfde bron.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde zij de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk. De kosten van het geding worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/820216-07
Datum uitspraak: 26 september 2007
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
wonende te [woonplaats], [adres].
De zaak is aanvankelijk aangebracht op de politierechterzitting van 13 juni 2007. De politierechter heeft de zaak verwezen naar de meervoudige strafkamer.
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 september 2007.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 mei 2007.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1. hij op of omstreeks 18 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,
door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het
ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit
het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte
die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de
vagina van die [slachtoffer] duwde/bracht en/of de vagina en/of de schaamstreek van
die [slachtoffer] betastte, en bestaande dat geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- (ondanks het wegduwen en/of slaan en/of stoten van hem, verdachte, door
voornoemde [slachtoffer]) door is gegaan met (een of meer van) voornoemde
handelingen en/of
- (onverhoeds) de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] heeft betast
en/of
- (onverhoeds) zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis in de vagina
van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een
bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
art 242 Wetboek Pro van Strafrecht
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 18 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,,
met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat
van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,
dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te
bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer
handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer], hebbende
verdachte, (terwijl die [slachtoffer] sliep):
- de vagina en/of de schaamstreek van voornoemde [slachtoffer] betast en/of
- zijn, verdachtes, penis in de vagina van voornoemde [slachtoffer] geduwd/gebracht;
art 243 Wetboek Pro van Strafrecht
2. hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 20 september 2006 tot
en met 27 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, (telkens) door
geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het
ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit
het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte
zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis gebracht/gehouden in de mond
van die [slachtoffer] en/of zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis laten
betasten door die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens):
- (ondanks de afkeurende reactie van die [slachtoffer]) is doorgegaan met een of
meer van voornoemde handelingen en/of
- (met kracht) het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (vervolgens)
in de richting heeft gebracht van zijn, verdachtes, penis en/of
- de hand van die [slachtoffer] heeft gepakt en/of (vervolgens) (onverhoeds) op
zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis heeft gelegd en/of (aldus)
(telkens) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
art 242 Wetboek Pro van Strafrecht
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 20 september 2006 tot
en met 27 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,, (telkens) door
geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het
plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit
betasten van zijn, verdachtes, penis en bestaande dat geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens) pakken van de hand van die [slachtoffer] en/of
(vervolgens) (onverhoeds) het leggen van die hand op zijn, verdachtes, penis;
art 246 Wetboek Pro van Strafrecht
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De officier van justitie eist ten aanzien van het onder 1 primair en het onder 2 primair tenlastegelegde een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Voorts toewijzing van de vordering van de benadeelde partij bij wijze van voorschot tot een bedrag van 1.000,-- euro, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijkverklaring van het overig gevorderde.
De bewijsbeslissing.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat verdachte door geweld of bedreiging daarmee aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van de door haar gestelde handelingen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie genoemde en in de dagvaarding opgenomen feitelijkheden geen dwang als bedoeld in artikel 242 van Pro het Wetboek van Strafrecht opleveren. Nadat aangeefster middels een stomp met haar elleboog en de mededeling dat zij geen gemeenschap wilde duidelijk had gemaakt dat zij de seksuele toenaderingspogingen van verdachte niet op prijs stelde, heeft verdachte zijn avances gestaakt.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde oordeelt de rechtbank dat aangeefster niet in een zodanige staat van verminderd bewustzijn verkeerde, dat zij niet in staat was weerstand te bieden aan de seksuele verlangens van verdachte. Voor dit oordeel kent de rechtbank betekenis toe aan het feit dat aangeefster verdachte opnieuw een elleboogstoot heeft gegeven. Tevens acht de rechtbank het - gelet op de positie van beiden (liggend op de rechterzijde) en het feit dat verdachte de string van aangeefster dan opzij moest doen - onwaarschijnlijk dat aangeefster niet eerder wakker is geworden dan nadat ze door verdachte was gepenetreerd.
Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat er naast de aangifte onvoldoende steunbewijs is, zodat het voor een veroordeling noodzakelijke wettig bewijs ontbreekt. De rechtbank merkt daarbij op dat er zich weliswaar verklaringen in het dossier bevinden die de lezing van het slachtoffer (deels) ondersteunen, maar dat deze verklaringen allemaal dezelfde bron hebben, namelijk aangeefster zelf.
De vordering van de benadeelde partij.
Nu verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.
De benadeelde partij zal worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt als na te melden.
DE UITSPRAAK
BESLISSING:
T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair:
Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.
T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair:
Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering.
Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.L.P. Crombeen, voorzitter,
mr. H.M.H. de Koning en mr. D. Bogaert, leden,
in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,
en is uitgesproken op 26 september 2007.
5
Parketnummer: 01/820216-07
[verdachte]