ECLI:NL:RBSHE:2007:BB9777
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overschrijding redelijke termijn in valsheid in geschrift
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrift in verband met mestonderzoeken in de periode 2003-2004. De zaak werd aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 november 2007.
De officier van justitie erkende een overschrijding van de redelijke termijn van twaalf maanden, maar meende dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid moest leiden. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn begon te lopen vanaf 2 december 2004, de datum van de doorzoeking, en dat er daarna een periode van twee jaar inactiviteit was geweest bij het openbaar ministerie.
De rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die deze overschrijding rechtvaardigden, dat de overschrijding niet aan verdachte te wijten was, en dat verdachte nadeel had ondervonden. Gezien het belang van een redelijke termijn en het gebrek aan rechtvaardiging voor de overschrijding, verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn met twaalf maanden.