ECLI:NL:RBSHE:2007:BC0417

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/841055-07 (niw)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs hennepteelt door ontbreken NFI-test

Verdachte werd verdacht van het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken en/of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten in een pand te Nistelrode gedurende de periode van 1 maart tot en met 14 juni 2007. De officier van justitie eiste een bewezenverklaring, een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen.

Tijdens de behandeling van de zaak stelde de rechtbank vast dat het dossier geen test bevat van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) die bevestigt dat de aangetroffen plantenresten daadwerkelijk hennepplanten zijn. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van de tenlastelegging. Tevens werd de teruggave gelast van de inbeslaggenomen goederen, te weten vier opleggers met kentekens, aan verdachte omdat het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen teruggave.

De uitspraak is gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 19 december 2007 na een terechtzitting op 5 december 2007. De rechtbank hield rekening met een eerder arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 november 2007.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat de aangetroffen planten hennep betroffen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/841055-07
Datum uitspraak: 19 december 2007
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
wonende te [woonplaats] [adres]
Dit vonnis is op tegenspraak, met machtiging, gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 december 2007. De rechtbank heeft daarbij gelet op het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 8 november 2007.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 29 augustus 2007.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart
2007 tot en met 14 juni 2007 te Nistelrode, gemeente Bernheze, opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval
opzettelijk aanwezig heeft gehad (in (vier trailers zich bevindende in)
een pand gelegen aan [adres 1]) een hoeveelheid van (in totaal)
ongeveer 2420 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of
delen daarvan, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30
gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld
in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het
vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(artikel 3 van Pro de Opiumwet) ;
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De officier van justitie eist:
- bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit;
- een werkstraf voor de duur van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;
- een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen.
De bewijsbeslissing.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
De rechtbank is van oordeel dat een test van de aangetroffen plantenresten uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut ontbreekt in het dossier en derhalve niet kan worden vastgesteld dat de aangetroffen plantenresten hennepplanten betroffen.
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.
DE UITSPRAAK
BESLISSING:
Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en
overtuigend bewezen.
Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: vier opleggers met
kentekennummers: [kenteken 1] [kenteken 2] [kenteken 3] en [kenteken 4] aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.M. Nusselder, voorzitter,
mr. A.F. van Hoorn en mr. C.B.M. Bruens, leden,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kruitwagen, griffier,
en is uitgesproken op 19 december 2007.