ECLI:NL:RBSHE:2007:BC1031

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/820161-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 SrArt. 247 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak ontuchtpleger wegens twijfel aan bewijs seksuele misdrijven op minderjarige

Verdachte werd beschuldigd van meervoudige ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode van februari 2006 tot februari 2007 in Eersel en Leende. Het slachtoffer deed aangifte en verklaarde dat verdachte meerdere keren seksuele handelingen had verricht, waaronder strelen, vingeren en penetratie.

De officier van justitie baseerde zich op de aangifte, verklaringen van getuigen en gedichten van het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer niet geloofwaardig waren, niet werden ondersteund door andere bewijsmiddelen en mogelijk voortkwamen uit verwarring of rancune.

De rechtbank nam kennis van medische verklaringen waaruit bleek dat verdachte aan erectiestoornissen leed en medicatie gebruikte, wat niet strookte met de aard van de tenlastegelegde feiten. Ook was het opmerkelijk dat het slachtoffer zich niet kon herinneren of penetratie via de vagina of anus had plaatsgevonden.

Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van ondersteunend bewijs, had de rechtbank twijfel over de verklaring van het slachtoffer en achtte het tenlastegelegde niet overtuigend bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens twijfel aan de niet door bewijs ondersteunde verklaring van het slachtoffer.

Uitspraak

vonnis (promis)
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/820161-07
Datum uitspraak: 24 december 2007
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
wonende te [woonplaats], [adres]
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 augustus 2007 en van 10 december 2007.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 juli 2007.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode
van 1 februari 2006 tot en met 13 febrauri 2007 te Eersel en/of te Leende, in
elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 1992, die de
leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
(telkens) buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft
gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] hebbende verdachte
meermaals, althans eenmaal,
- [slachtoffer 1] gestreeld over haar borsten en/of vagina en/of
- [slachtoffer 1] gevingerd en/of
- zijn verdachtes, penis en/of vinger(s) gebracht in de vagina en/of anus van
[slachtoffer 1];
(artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht)
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode
van 1 februari 2006 tot en met 13 febrauri 2007 te Eersel en/of te Leende, in
elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 1992, die toen de
leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt,
(telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende
verdachte meermaals, althans eenmaal,
- [slachtoffer 1] gestreeld over haar borsten en/of vagina en/of
- [slachtoffer 1] gevingerd en/of
- zijn verdachtes, penis en/of vinger(s) gebracht in de vagina en/of anus van
[slachtoffer 1];
(artikel 247 Wetboek Pro van Strafrecht)
De formele voorvragen
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is en dat de rechtbank bevoegd is van het tenlastegelegde kennis te nemen. Er zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan of die tot schorsing van de vervolging van verdachte moeten leiden.
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan
Inleiding
Op 3 januari 2007 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van seksueel misbruik, gepleegd door verdachte. Volgens de verklaring van [slachtoffer 1] zou verdachte, die bevriend is met haar moeder, haar in de periode van 1 februari 2006 tot 15 juli 2006 in zijn woning te Leende en in de ouderlijke woning te Eersel meerdere malen over haar borsten en vagina hebben gestreeld en haar meerdere keren hebben gevingerd. Volgens aangeefster zijn de seksuele handelingen begonnen in februari 2006, toen haar moeder voor een operatie naar het ziekenhuis moest.
Op de dag van, dan wel de dag na de begrafenis, van haar opa op 4 juli 2006 zou verdachte volgens aangeefster zijn penis in haar vagina dan wel haar anus hebben gebracht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat het onder primair tenlastegelegde kan worden bewezen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1], de door [getuige 1] bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring, alsmede de verklaringen van de oma van [slachtoffer 1], van haar broer, van [getuige 3], van [getuige 4] en van de vertrouwenspersoon (naam vertrouwenspersoon). Voorts zijn volgens haar van belang de door aangeefster geschreven gedichten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt dat verdachte bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
Hij heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd:
Uitsluitend aangeefster verklaart over seksuele handelingen, die verdachte met haar gepleegd zou hebben. Die verklaringen zijn onaannemelijk, in strijd met overige bewijsmiddelen en ongeloofwaardig. De verklaringen van aangeefster staan op zich en worden niet gesteund door de overige bewijsmiddelen. Daarnaast speelt dat aangenomen kan worden dat aangeefster in de war is en zij uit rancuneuze en jaloerse motieven handelde door aangifte te doen.
Het oordeel van de rechtbank
Uit de gedingstukken, waaronder de verklaring van de huisarts van verdachte, en hetgeen daaromtrent ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verdachte ten tijde van de hem verweten feiten leed aan erectiestoornissen. Hij kreeg hiervoor medicatie die hij voorafgaand aan een coïtus/vrijpartij moest innemen. Voorts lukte het hem pas een erectie te krijgen na het stimuleren van zijn penis.
De rechtbank kan deze medische omstandigheden betreffende verdachte niet rijmen met hetgeen [slachtoffer 1] in seksueel opzicht over hem verklaart.
Voorts acht de rechtbank het opmerkelijk dat [slachtoffer 1] niet weet, althans zich niet kan herinneren,
of verdachte met zijn penis in haar anus dan wel in vagina is binnengedrongen.
Genoemde omstandigheden maken dat de rechtbank - voorzover het de tenlastegelegde feiten betreft - twijfel heeft over de - niet door andere bewijsmiddelen ondersteunde - verklaring van aangeefster. Om deze reden acht de rechtbank het tenlastegelegde niet overtuigend bewezen, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de verklaring van [slachtoffer 1] omtrent het tegen haar wil geconfronteerd worden met het ontblote geslachtsdeel van verdachte, het tegen haar zin in geknuffeld worden en het door - een schaars geklede - verdachte op schoot worden genomen, zulks tegen de daaromtrent uitdrukkelijk met de moeder gemaakte afspraken in, wèl ondersteuning vindt in de overige bewijsmiddelen, zoals de verklaring van de moeder van [slachtoffer 1]. Deze handelingen zijn echter thans niet tenlastegelegd.
De beslissing
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.E. Bartels, voorzitter,
mr. I.L.P. Crombeen en mr. F.P.E. Wiemans, leden,
in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,
en is uitgesproken op 24 december 2007.
5
Parketnummer: 01/820161-07
[verdachte]