ECLI:NL:RBSHE:2007:BC1376
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening huishoudelijke hulp op grond van de WMO wegens onvoldoende indicatie
Verzoekster, een 84-jarige vrouw, diende een aanvraag in voor voortzetting van huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De gemeente stelde op basis van een gesprek met verzoekster vast dat zij recht had op 2 uur hulp per week, terwijl verzoekster eerder 3,9 uur ontving en dit onvoldoende achtte gezien haar medische situatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van de gemeente niet voldeed aan de zorgvuldigheidseisen, omdat er geen recente medische informatie was opgevraagd en de motivering ontbrak. De indicatie was gebaseerd op een gesprek en een rapport van de klantmanager, terwijl de feitelijke hulp in de praktijk hoger lag.
Gezien de belangenafweging en het spoedeisend belang van verzoekster, werd de werking van het besluit geschorst en werd een voorlopige voorziening toegekend voor 3,9 uur huishoudelijke hulp per week, gelijk aan de oude indicatie, tot zes weken na beslissing op bezwaar. Tevens werd het griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster krijgt huishoudelijke hulp van 3,9 uur per week tot zes weken na beslissing op bezwaar.