ECLI:NL:RBSHE:2008:BC5571
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Verrekening g-rekening met navorderingsaanslag berust op overeenkomst, niet op wettelijke bevoegdheid
De zaak betreft een geschil tussen een uitzendbureau en de Ontvanger van de Belastingdienst over de verrekening van bedragen die vrijkwamen na deblokkering van een g-rekening met naheffingsaanslagen loonheffing. Het uitzendbureau had met de Ontvanger een g-rekeningovereenkomst gesloten waarin verrekening van bedragen mogelijk werd gemaakt.
Na verzoeken tot deblokkering van overschotten op de g-rekening heeft de Ontvanger deze bedragen verrekend met naheffingsaanslagen die waren opgelegd naar aanleiding van een controle en een daaropvolgend controlerapport. Het uitzendbureau stelde dat deze verrekening onrechtmatig was omdat deze plaatsvond zonder voorafgaande toestemming en in strijd met het uitstel van betaling.
De rechtbank oordeelde dat de Ontvanger niet op grond van art. 24 Invorderingswet Pro, maar op grond van de overeenkomst bevoegd was tot verrekening. De beoordeling of de wijze van verrekening in overeenstemming is met de Leidraad Invordering en beginselen van behoorlijk bestuur behoort tot de fiscale bestuursrechter, niet tot de burgerlijke kort geding rechter. De vorderingen van het uitzendbureau werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.