ECLI:NL:RBSHE:2008:BC8207
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in Eindhovense verkrachtingszaken
De rechtbank ’s-Hertogenbosch behandelde een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere ernstige feiten, waaronder verkrachting, vrijheidsberoving en diefstal met geweld in Eindhoven tussen 1995 en 2005. De tenlastelegging omvatte zeven feiten, waarbij slachtoffers gedwongen werden tot seksuele handelingen en vrijheidsberoving onder bedreiging met geweld.
Tijdens de zitting bleek dat het bewijs uitsluitend bestond uit aangiften van de slachtoffers, zonder aanvullend forensisch bewijs zoals DNA, vingerafdrukken of haren van verdachte op de plaats delict of bij de slachtoffers. Diverse signalementen van de dader kwamen niet overeen met dat van verdachte. Ook de verklaringen en afgeluisterde telefoongesprekken van verdachte bevatten geen bekennende elementen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verwierp de stelling van de officier van justitie dat de verdachte ook verantwoordelijk was voor zogenaamde gluurincidenten, omdat deze incidenten wezenlijk verschilden in aard en omstandigheden.
De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven en de benadeelde partijen werden veroordeeld in de kosten van de verdachte. De rechtbank zag geen reden de behandeling te heropenen en achtte verdere bespreking van verweren overbodig.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van de tenlastegelegde feiten.