ECLI:NL:RBSHE:2008:BD2513

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/825165-06 (22g)
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14h SrArt. 14i SrArt. 14j SrArt. 22c SrArt. 22g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen omzetting werkstraf in vervangende hechtenis deels gegrond verklaard

Op 10 juli 2006 werd veroordeelde veroordeeld tot het verrichten van 80 uur werkstraf, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en daarnaast tot een voorwaardelijke straf van 200 uur werkstraf, te vervangen door 100 dagen jeugddetentie. De tenuitvoerlegging van deze straffen werd later bevolen door de officier van justitie. Veroordeelde diende bezwaar in tegen de kennisgeving van de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.

De rechtbank beoordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat een deel van de niet verrichte werkstraf betrekking had op een minderjarenvonnis waarvoor vervangende jeugddetentie gold, en niet vervangende hechtenis. De nieuwe wetgeving die automatische omzetting van jeugddetentie in hechtenis bij meerderjarigheid regelt, was nog niet van toepassing.

De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond voor het deel van 76 niet verrichte uren werkstraf dat betrekking had op de minderjarige straf en ongegrond voor het deel van 80 uur werkstraf dat betrekking had op het meerderjarigenvonnis. Veroordeelde moet daarom nog 40 dagen vervangende hechtenis ondergaan.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt deels gegrond verklaard; veroordeelde moet nog 40 dagen vervangende hechtenis ondergaan.

Uitspraak

uitspraak
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/825165-06
Kenmerk: 08/193
Beslissing bezwaarschrift kennisgeving ex artikel 22g Wetboek van Strafrecht
Deze beslissing betreft een, blijkens een daarvan opgemaakte akte, op 29 januari 2008 ter griffie van deze rechtbank ingediend bezwaarschrift als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht.
Het bezwaarschrift is ingediend door:
[verdachte]
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum] 1986,
wonende te [woonplaats], [adres],
en gericht tegen de hem in de zaak met voormeld parketnummer vanwege de officier van justitie op 27 juni 2007 betekende kennisgeving tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.
Inleiding.
Bij vonnis van de rechtbank van 10 juli 2006 onder bovengenoemd parketnummer is betrokkene veroordeeld tot het verrichten van 80 uren werkstraf te vervangen door 40 dagen hechtenis. Daarnaast is bij voornoemd vonnis de tenuitvoerlegging bevolen van een voorwaardelijk opgelegde straf, inhoudende 200 uur werkstraf te vervangen door 100 dagen jeugddetentie.
Het vonnis van 10 juli 2006 is onherroepelijk geworden op 25 juli 2006.
Uit de rapportage van de reclassering van 12 juni 2007 aan de officier van justitie blijkt dat de opgelegde werkstraf niet naar behoren is verricht. Immers, gebleken is dat de veroordeelde slechts in totaal 124 uur van de werkstraf heeft verricht. De rechtbank gaat er op grond van de stukken van uit dat dat gedeelte ziet op de ten uitvoer gelegde werkstraf van 200 uren.
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging bevolen van 78 dagen vervangende hechtenis als restant na verrekening van de door de veroordeelde gewerkte uren.
De veroordeelde is behoorlijk opgeroepen, maar niet verschenen.
Ter openbare terechtzitting van 19 mei 2008 heeft de rechtbank de officier van justitie gehoord.
Beoordeling.
De kennisgeving van 27 juni 2007 is op 17 juli 2007 niet in persoon aan veroordeelde betekend. Veroordeelde heeft naar eigen zeggen pas op 23 januari 2008 vernomen van de beslissing tot tenuitvoerlegging. Het bezwaarschrift is binnen 14 dagen nadien ingediend. Evenals de officier van justitie acht de rechtbank het bezwaar tijdig ingediend.
Hoewel het vonnis van deze rechtbank van 10 juli 2006 anders vermeldt, diende op grond van artikel 22c, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht de werkstraf te zijn verricht binnen een termijn van één jaar na onherroepelijk worden van het vonnis, derhalve voor 25 juli 2007.
In artikel 22i van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat, wanneer de werkstraf niet tijdig wordt verricht, het openbaar ministerie een bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis kan geven binnen genoemde termijn of binnen drie maanden na afloop daarvan.
Artikel 77q van het Wetboek van Strafrecht regelt voor het minderjarigenstrafrecht dat de beslissing tot tenuitvoerlegging moet zijn genomen binnen drie maanden na afloop van de termijn waarbinnen de arbeid moet zijn verricht.
De officier van justitie heeft in de kennisgeving tenuitvoerlegging vermeld (kort gezegd) dat alle niet gewerkte uren van de beide werkstraffen zijn omgezet in vervangende hechtenis.
De rechtbank constateert echter dat een deel van de niet gewerkte uren betrekking heeft op de eerder aan de veroordeelde als minderjarige opgelegde werkstraf van 200 uren. Voor die werkstraf is in het vonnis geen vervangende hechtenis opgelegd, maar vervangende jeugddetentie, een vrijheidsstraf die speciaal op jeugdigen is afgestemd. Het resterende deel daarvan betreft (200 – 124 =) 76 uren werkstraf, ofwel 38 dagen vervangende hechtenis.
Op grond van artikel 77p, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat toen gold, kon voor dat gedeelte van de niet gewerkte uren wel de tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie worden bevolen, maar geen vervangende hechtenis.
De rechtbank wijst erop dat in dit geval geen sprake is van een automatische omzetting van vervangende jeugddetentie in vervangende hechtenis in geval van meerderjarigheid van de veroordeelde bij de tenuitvoerlegging.
Het daartoe strekkende nieuwe vierde lid van artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht is krachtens het overgangsrecht niet van toepassing op veroordelingen, uitgesproken voor inwerkingtreding van de wetswijziging op 1 februari 2008 (Staatsblad 2007, 575, artikel V, onder c).
Ten aanzien van dat gedeelte van 38 dagen vervangende hechtenis wordt het bezwaar gegrond verklaard.
Ten aanzien van het gedeelte van 40 dagen vervangende hechtenis overweegt de rechtbank als volgt.
Uit de stukken blijkt dat de veroordeelde de 80 uren werkstraf, waarvoor 40 dagen vervangende hechtenis is opgelegd, niet heeft verricht, hoewel hij daartoe ruimschoots in de gelegenheid is gesteld. Nu er geen bijzondere omstandigheden naar voren zijn gekomen die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan, wordt het bezwaar in zoverre ongegrond verklaard.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank daarom beslissen als volgt:
Gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 22g, 22h, 22i, 77p, 77q van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
Verklaart het bezwaarschrift gegrond met betrekking tot de niet verrichte 76 uren werkstraf, subsidiair 38 dagen vervangende hechtenis.
Verklaart het bezwaarschrift ongegrond met betrekking tot de niet verrichte 80 uren werkstraf, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.
Deze beslissing is gegeven ter terechtzitting van 2 juni 2008 door
mr. M. Lammers, voorzitter,
mr. W.A.F. Damen en mr. R. Verbunt, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. de Bruijn-van der Sluijs, griffier.
3
Parketnummer: 01/825165-06, kenmerk: 08/193
[verdachte]