ECLI:NL:RBSHE:2008:BD2908

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1555531 / FA RK 07-777
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II bis-verordeningArt. 19 lid 1 Brussel II bis-verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter in echtscheidingsprocedure bij parallelle procedures in Nederland en Oostenrijk

De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een zaak waarin tussen partijen gelijktijdig echtscheidingsprocedures liepen in Nederland en Oostenrijk. De rechtbank stelde vast dat de Oostenrijkse rechter zich bevoegd achtte op grond van artikel 3 Brussel Pro II bis-verordening, omdat de man meer dan 12 maanden zijn gebruikelijke woonplaats in Oostenrijk had.

De vrouw betwistte de bevoegdheid van de Oostenrijkse rechter en voerde aan dat de man ten tijde van de indiening in Nederland was ingeschreven en dat de Nederlandse rechter om proceseconomische redenen zou moeten oordelen. De rechtbank oordeelde echter dat de beoordeling van de Oostenrijkse rechter voorbehouden is aan die rechter en dat de Nederlandse rechter geen keuze heeft volgens artikel 19 lid 1 Brussel Pro II bis-verordening.

De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak naar het Bezirksgericht Salzburg. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Hiermee werd de rangorde tussen de rechters van verschillende lidstaten vastgesteld en werd de procedure geconsolideerd bij de Oostenrijkse rechter.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de echtscheidingszaak naar de Oostenrijkse rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
Zaaknummer: 155531 / FA RK 07-777
Uitspraak: 18 april 2008
Beschikking betreffende echtscheiding in de zaak van
[verzoekster]
wonende te [Nederland],
procureur mr. C.W.H.M. Uitdehaag,
tegen:
[verweerder]
wonende te [Oostenrijk],
procureur mr. J.M. Jonkergouw,
advocaat mr. I. van Meeteren te Breda,
partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de vrouw en de man.
Deze beschikking is een vervolg op de beschikking van deze rechtbank van 19 oktober 2007, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelezen moet worden beschouwd.
De verdere procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken zoals genoemd in de beschikking van 19 oktober 2007, alsmede van de navolgende nadien ontvangen stukken:
- de brief met bijlage van de procureur van de man, gedateerd 15 februari 2008;
- de brief met bijlage van de procureur van de man, gedateerd 14 maart 2008.
- de brief van een kantoorgenoot van de procureur van de vrouw, gedateerd 03 april 2008.
De verdere beoordeling
De rechtbank verwijst naar de overwegingen zoals weergegeven in de beschikking van 19 oktober 2007.
Door de rechtbank is in voornoemde beschikking vastgesteld dat tussen dezelfde partijen in twee verschillende lidstaten, te weten Oostenrijk en Nederland, als bedoeld in artikel 19 lid 1 Brussel Pro II bis-Verordening een echtscheidingsprocedure aanhangig is. Voorts is vastgesteld dat de zaak het laatst is aangebracht bij de Nederlandse rechter.
Op grond van artikel 19 lid 1 Brussel Pro II bis-verordening heeft de rechtbank aldus de behandeling en iedere verdere beslissing in de onderhavige zaak aangehouden, totdat de bevoegdheid van de Oostenrijkse rechter al dan niet is komen vast te staan.
De procureur van de man is verzocht verifieerbare bescheiden in het geding te brengen met betrekking tot de vraag of de in Oostenrijkse rechter, het Bezirksgericht Salzburg, zich al dan niet bevoegd acht om van het verzoek tot echtscheiding van de man kennis te nemen.
Bij voornoemde brieven van 15 februari 2008, respectievelijk 14 maart 2006, is zijn door de man een vertaling en een afschrift van de beschikking van het Bezirksgericht Salzburg in het geding gebracht.
Uit de beschikking van het Bezirksgericht Salzburg van 15 januari 2008 blijkt dat het Bezirksgericht Salzburg zich op grond van artikel 3 van Pro de Brussel II bis-verordening bevoegd acht om van het verzoek tot echtscheiding van de man kennis te nemen. Het Bezirksgericht heeft daartoe overwogen dat de man meer dan 12 maanden voor het indienen van het verzoekschrift bij het Bezirksgericht zijn gebruikelijk woonplaats had in het rechtsgebied van het Bezirkgsgericht Salzburg en nog steeds heeft.
Bij brief van 03 april 2008 heeft de vrouw laten weten bij haar standpunt te blijven dat de man ten tijde van de indiening van stond ingeschreven op het [adres ... in Nederland] en aldus zijn gewone verblijfplaats in Nederland en zij betwist dat de man al meer dan 12 maanden voor het indienen van zijn verzoek tot echtscheiding zijn gebruikelijke woonplaats in [Oostenrijk] heeft gehad. Ten slotte is de vrouw van mening dat om proceseconomische reden het wenselijk is dat de rechtbank ’s-Hertogenbosch over haar verzoeken oordeelt.
De rechtbank overweegt als volgt.
Uitgangspunt dient te zijn het feit dat het Bezirksgericht Salzburg heeft geoordeeld dat het zich bevoegd acht om van het verzoek tot echtscheiding van de man kennis te nemen. De vrouw betwist de juistheid van dit oordeel. De beoordeling van de bevoegdheid van de van de Oostenrijkse rechter is echter voorbehouden aan die rechter. De Nederlandse rechter kan daarover niet oordelen. De rechtbank is overigens niet gebleken dat de vrouw tegen het oordeel van het Bezirksgericht Salzburg hoger beroep heeft ingesteld. De stellingen van de vrouw die zien op de betwisting van de bevoegdheid van de Oostenrijkse rechter dienen derhalve op grond van het voorgaande te worden gepasseerd.
Dat de Nederlandse rechter eveneens bevoegd zou zijn maakt die niet anders. Kern van artikel 19 Brussel Pro II bis-verordening is nu eenmaal een rangorde vast te stellen indien voor rechters uit twee verschillende landen tussen dezelfde procespartijen gelijksoortige procedures aanhangig worden gemaakt. De Nederlandse rechter heeft daarin geen keuze. Het Nederlandse procesrecht geeft voorrang aan verdragen en EG-verordeningen en ook de Brussel IIbis-verordering geeft de Nederlandse rechter geen keuze.
Gelet op het voorgaande kan ook het beroep van de vrouw op proces-economische belangen niet tot een ander oordeel leiden, nu de Nederlandse rechter geen keuze is gelaten. Daarbij merkt de rechtbank nog op de regeling van art. 19 Brussel Pro II bis-verordening voorziet in verwijzing van de zaak naar de bevoegde buitenlandse rechter, zodat de vrouw alsnog haar verzoeken kan voorleggen aan de Oostenrijkse rechter.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren en de zaak in de huidige stand verwijzen naar het Bezirksgericht Salzburg.
De beslissing
De rechtbank:
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen van de vrouw kennis te nemen;
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich thans bevindt naar het Bezirkgsgericht Salzburg, Rudolfsplatz 2, A-5050 Salzburg Oostenrijk;
bepaald dat de griffier onverwijld een afschrift van deze beschikking en het procesdossier toezend aan het Bezirksgericht te Salzburg;
compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
Deze beschikking is gegeven door mr. I.M.E.A. van Eldonk, rechter,
en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2008 in aanwezigheid van de griffier.