ECLI:NL:RBSHE:2008:BD3572
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht van hypotheekhouder bij gezamenlijke financiering en gevolgen van onzorgvuldig handelen
In deze civiele zaak staat de zorgplicht van de bank centraal die een gezamenlijke financiering verstrekte aan twee hoofdelijk verbonden partijen, waarbij de relatie tussen deze partijen is verbroken. De bank verstrekte een aflossingsvrije lening en een overbruggingskrediet, waarbij de gedaagde geen eigen inkomen had en de bank alleen het inkomen van de medeschuldenaar beoordeelde. Na beëindiging van de relatie ontstonden betalingsproblemen en werd de financiering opgezegd.
De gedaagde stelde dat de bank haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende risicoanalyse, onzorgvuldige betalingen aan de medeschuldenaar, eenzijdige wijziging van het bouwdepot en onvoldoende toezicht op de verkoop van onderpand. De rechtbank oordeelde dat de bank geen onverantwoord aanbod had gedaan en niet verplicht was de gedaagde te informeren over de gevolgen van een scheiding. De bank had onrechtmatig gehandeld door zonder toestemming de tenaamstelling van het bouwdepot te wijzigen en gelden voor andere doeleinden te gebruiken.
De rechtbank verwierp echter de meeste verwijten van de gedaagde, waaronder het gebrek aan toezicht op de verkoop van de woning van de medeschuldenaar en de hoogte van de verkoopprijs van haar woning. De gedaagde kon geen concrete schade aantonen door de uitbetaling aan de medeschuldenaar. De vordering tot matiging van de boeterente werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De zaak werd aangehouden voor nadere uitlatingen over enkele financiële specificaties en de afwikkeling van de verkoop.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste vorderingen van de gedaagde af, erkent een tekortkoming van de Bank bij het bouwdepot en houdt de zaak aan voor nadere uitlatingen.