ECLI:NL:RBSHE:2008:BD9630
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting café wegens harddrugsverkoop
Verzoekster exploiteert een café dat op 9 mei 2008 door de burgemeester van 's-Hertogenbosch werd gesloten wegens aanwezigheid en handel in harddrugs, met name heroïne en cocaïne. Dit besluit werd genomen op grond van artikel 13b van de Opiumwet, na een politieonderzoek waarbij een dealer in het café drugs verkocht en aanwezig had. Verzoekster betwistte de bevoegdheid tot sluiting en stelde onder meer dat de drugs niet in het café waren verkocht en dat zij geen gelegenheid had gehad haar zienswijze te geven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen omdat het café een voor publiek toegankelijk lokaal is waar drugs aanwezig waren met het oog op verkoop. De gedragslijn van onmiddellijke sluiting bij harddrugsverkoop werd niet onredelijk geacht. De persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant speelt geen rol bij de bevoegdheid tot sluiting.
Verder werd geoordeeld dat het belang van de volksgezondheid en het woon- en leefklimaat zwaarder wegen dan het economische belang van verzoekster. De termijn van sluiting voor onbepaalde tijd, minimaal één jaar, kan in bezwaar worden heroverwogen, maar was niet disproportioneel voor een voorlopige voorziening. Ook de late motivering van het besluit vormde geen reden tot voorlopige voorziening. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de sluiting van het café wordt afgewezen.