ECLI:NL:RBSHE:2008:BE9857
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens overtreding Opiumwet
Verzoekster exploiteerde een coffeeshop in ’s-Hertogenbosch die op 8 juli 2008 door de burgemeester werd gesloten voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege een handelsvoorraad softdrugs die de toegestane hoeveelheid van 500 gram ruim overschreed. Verzoekster stelde bezwaar in en vroeg om een voorlopige voorziening.
Tijdens een controle op 27 mei 2008 werd in de verkoopruimte en in een nabijgelegen kelder softdrugs aangetroffen, waarvan een deel bestemd was voor de coffeeshop. De kelder lag op minder dan tien meter afstand van de verkoopruimte en was afgesloten, met monitoren die beelden van de coffeeshop toonden. Verzoekster betwistte dat de kelder tot het lokaal van de coffeeshop behoorde, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de kelder juridisch en feitelijk onderdeel was van de coffeeshop.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch, dat aansluit bij het landelijke gedoogbeleid, een sluiting van drie maanden voorschrijft bij overtreding van de maximale hoeveelheid softdrugs. Verzoeksters betoog dat de sluiting disproportioneel is vanwege financiële gevolgen werd verworpen, omdat deze gevolgen inherent zijn aan de bevoegdheid tot sluiting en de overtreding aanzienlijk was. Ook het betoog over een vermeende afspraak met de politie werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat er geen gerede twijfel bestaat dat het besluit stand zal houden en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop voor drie maanden wordt afgewezen.