ECLI:NL:RBSHE:2008:BF3680
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het niet verlenen van voorrang aan fietsster met botsing tot gevolg
Op 10 december 2007 reed verdachte met haar personenauto over de Bilderbeekstraat te Boxmeer en naderde een kruising met de Hendrikstraat en Bernardstraat. Op deze kruising was een bord B6 geplaatst en waren haaientanden op het wegdek aangebracht, die aangeven dat voorrang verleend moet worden. Verdachte reed zonder te stoppen en zonder bijzondere voorzichtigheid te betrachten de kruising op en verleende geen voorrang aan een fietsster die over de voorrangsweg reed. Hierdoor ontstond een aanrijding waarbij de fietsster nekklachten opliep.
De officier van justitie stelde dat het primair tenlastegelegde (schuld aan het verkeersongeval met zwaar letsel) niet wettig en overtuigend bewezen was, maar dat het subsidiair tenlastegelegde (gevaar veroorzaken door het niet verlenen van voorrang) wel bewezen was. De verdediging verzocht vrijspraak voor het primair tenlastegelegde en liet het aan de rechtbank over om te oordelen over het subsidiair tenlastegelegde.
De rechtbank oordeelde dat het niet verlenen van voorrang wettig en overtuigend bewezen was, maar dat er geen sprake was van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. Verdachte werd daarom vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, maar veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank legde een geldboete van €500 op, subsidiair 10 dagen hechtenis, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van schuld aan het verkeersongeval maar veroordeeld voor het niet verlenen van voorrang met een geldboete van €500 of 10 dagen hechtenis.