ECLI:NL:RBSHE:2008:BG4916
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beslissing over bezwaar tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde voor afpersing
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De veroordeelde was door de kinderrechter veroordeeld voor meerdere afpersingen, en het bezwaar richtte zich op de vermeende onrechtmatigheid van de DNA-afname vanwege zijn minderjarige status en het ontbreken van een reëel recidiverisico.
Tijdens de raadkamerzitting werden de officier van justitie en de raadsman gehoord, terwijl de veroordeelde niet verscheen. De rechtbank oordeelde dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geen generieke uitzondering voor minderjarigen kent, en dat het belang van opsporing en vervolging zwaarder weegt dan het belang van de minderjarige veroordeelde. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afname en verwerking van het DNA-profiel onrechtvaardig maken.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 13 mei 2008, waarin werd bevestigd dat de Wet ook voor minderjarigen geldt en dat het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind geen grond biedt voor een uitzondering. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard en het DNA-profiel mocht worden verwerkt.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.