ECLI:NL:RBSHE:2008:BG7974
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch. Dunnewijk
- J.J.H. Bruggink
- E.W. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs ontuchtige handelingen met minderjarig kind
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige kind in de periode van oktober tot december 2006. De officier van justitie baseerde haar vervolging op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en medische constateringen van letsel. Zij eiste een gevangenisstraf van 18 maanden.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen en het bewijs, wijzend op het ontbreken van directe getuigen en fysieke sporen. De rechtbank onderzocht de diverse getuigenverklaringen, waaronder die van het slachtoffer, familieleden en een leerkracht, en constateerde tegenstrijdigheden en onvoldoende concrete details.
De medische rapporten waren niet eenduidig en lieten andere oorzaken dan seksueel misbruik toe. De verklaringen van het broertje van het slachtoffer werden als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege inconsistenties en persoonlijke belangen. De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet voldeed aan de eis van wettigheid en overtuigingskracht.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 23 december 2008.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.