ECLI:NL:RBSHE:2008:BH0043
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij vorderingen van meerdere eisers tegen één gedaagde
In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart ten aanzien van de vorderingen van meerdere eisers, waaronder ook eisers woonachtig in België. De gedaagde stelt dat de rechtbank slechts bevoegd is voor de vorderingen van individuele eisers en dat de overige eisers zich tot hun eigen arrondissement moeten wenden. De rechtbank onderzoekt de rechtsmacht op grond van artikel 6 en Pro 102 Rv en de EEX-Verordening.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt voor de vorderingen van de Belgische eisers, aangezien het schadebrengende feit zich in hun woonplaats in België heeft voorgedaan. Voor deze vorderingen wordt de rechtbank onbevoegd verklaard. Voor de in Nederland woonachtige eisers wijst de rechtbank de vordering tot onbevoegdverklaring af omdat de gedaagde zijn woonplaats niet bekend heeft gemaakt en zich schuldig maakt aan misbruik van procesrecht door de relatieve bevoegdheid in te roepen.
De rechtbank benadrukt het belang van doelmatig procederen en het voorkomen van tegenstrijdige beslissingen, mede gezien de nauwe samenhang tussen de vorderingen. De dagvaarding wordt niet nietig verklaard en de vorderingen niet-ontvankelijk. De gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De zaak wordt voortgezet met een conclusie van antwoord op 11 februari 2009.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor de Belgische eisers en wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af voor de Nederlandse eisers wegens misbruik van procesrecht.