ECLI:NL:RBSHE:2008:BH0744
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over meerwerk, boete en vertraging bij aanneming van werk voor gasopslaginstallatie
De zaak betreft een geschil tussen Cegelec GmbH & Co.KG en het consortium ARGE EPE, bestaande uit V&S, PPS en ILF, over een aannemingsovereenkomst voor levering, montage en inbedrijfstelling van elektrotechniek en procescontroletechniek voor een gasopslaginstallatie in Epe, Duitsland.
Cegelec vordert betaling van diverse facturen, meerwerkvergoedingen en wettelijke rente, terwijl Arge een tegenvordering instelt wegens boete wegens overschrijding van contractuele mijlpalen, vertragingsschade, niet-conforme I/O-cards en kosten voor verleende diensten. Cegelec voert verweer tegen de boete en stelt dat vertragingen en tekortkomingen grotendeels aan Arge en haar onderaannemers te wijten zijn.
De rechtbank oordeelt dat de boete wegens termijnoverschrijding niet toewijsbaar is omdat niet is komen vast te staan dat Cegelec de vertraging verwijtbaar is. Arge droeg de coördinatie van de documentenstroom van pakketleveranciers, waarvan Cegelec afhankelijk was, en heeft hierin tekortgeschoten. De vorderingen van Arge in reconventie worden afgewezen. De meerwerkvorderingen van Cegelec worden deels toegewezen, waarbij de rechtbank de naleving van contractuele procedures en de redelijkheid en billijkheid in acht neemt.
De rechtbank wijst voorts op de noodzaak van deskundigenonderzoek om de omvang en oorzaak van het meerwerk en de vertragingen nader te beoordelen. De slottermijn is pas opeisbaar na overhandiging van de definitieve as-built documentatie, waardoor rentevorderingen vóór die datum worden afgewezen. De vordering tot betaling van het restant van een factuur wordt toegewezen omdat verrekening niet slaagt.
Samenvattend wijst de rechtbank de vorderingen van Arge af en wijst zij de vorderingen van Cegelec deels toe, met inachtneming van contractuele bepalingen en het bewijs van meerwerk en vertraging. De procedurekosten worden aan Arge opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Arge af en wijst de vorderingen van Cegelec deels toe, met aanhouding van verdere beslissing over meerwerk.