ECLI:NL:RBSHE:2008:BH2831
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring en verwijzing ex parte verzoek bewijsbeslag in octrooizaken
Op 8 december 2008 diende [octrooihouder] Limited een ex parte verzoek in bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch tot het leggen van bewijsbeslag en andere bewarende maatregelen tegen [inbreukmaker] International B.V. en [inbreukmaker] Nederland B.V. wegens vermeende inbreuken op drie Europese octrooien op het terrein van diergeneesmiddelen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 73 van Pro de Rijksoctrooiwet 1995 de rechtbank te ’s-Gravenhage exclusief bevoegd is voor handhavingsvorderingen van octrooien, waaronder ook ex parte beslissingen op grond van de artikelen 1019b tot 1019d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vallen. Deze artikelen implementeren de Europese Richtlijn 2004/48 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten.
De voorzieningenrechter benadrukte dat ex parte beslissingen niet via dagvaarding maar via verzoekschrift worden genomen, en dat de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank ’s-Gravenhage ook geldt voor dergelijke verzoeken. Gezien deze exclusieve bevoegdheid verklaarde de voorzieningenrechter zich onbevoegd en verwees de zaak naar de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage.
De beschikking werd gegeven door mr. J.H.W. Rullmann. De zaak betreft een belangrijk precedent over de bevoegdheidsverdeling bij octrooihandhaving en benadrukt de noodzaak van concentratie van octrooizaken bij gespecialiseerde rechters.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst het ex parte verzoek tot bewijsbeslag naar de rechtbank ’s-Gravenhage.