ECLI:NL:RBSHE:2009:BG9489
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.T. van Vliet
- A.A.H. Schifferstein
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing hogere onroerendezaakbelastingen 2006 door Gedeputeerde Staten
De gemeente stelde op 8 november 2005 de begroting en hogere tarieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2006 vast, welke de wettelijk toegestane maxima overschreden. Gedeputeerde Staten beoordeelden de begroting en gaven op 13 december 2005 aan dat repressief toezicht van kracht was, zonder expliciete ontheffing voor de hogere tarieven te verlenen.
Eiseres betwistte dat er een geldige ontheffing was verleend en stelde dat de hogere OZB-tarieven daarom niet in werking konden treden. De rechtbank onderzocht of Gedeputeerde Staten impliciet ontheffing hadden verleend, ondanks dat het wettelijke artikel 220g van de Gemeentewet pas per 1 januari 2006 in werking trad.
De rechtbank concludeerde dat de besluiten van de raad en Gedeputeerde Staten geacht kunnen worden te zijn genomen op basis van het nieuwe artikel 220g. De inhoudelijke beoordeling van de begroting en tariefstijging door Gedeputeerde Staten impliceert een ontheffing. Het ontbreken van een expliciete ontheffing leidt niet tot niet-inwerkingtreding van de tarieven. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting 2006 blijft in stand.