ECLI:NL:RBSHE:2009:BH0961
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel van 24.360 euro
Verdachte is veroordeeld voor de handel in cocaïne in de periode van 1 juni 2006 tot en met 16 oktober 2008. De rechtbank stelde vast dat verdachte wekelijks 25 gram cocaïne inkocht, waarvan hij zelf 1,5 gram per dag gebruikte, en de rest verkocht. Uitgaande van een verkoop van 14,5 gram per week gedurende 84 weken en een winst van 20 euro per gram, werd het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op 24.360 euro.
De officier van justitie had aanvankelijk een hoger bedrag gevorderd, maar paste dit aan na de verklaring van verdachte. De verdediging verzocht om vermindering van het bedrag wegens vervoerskosten en financiële draagkracht, maar de rechtbank wees deze verzoeken af wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van aannemelijkheid dat verdachte niet binnen redelijke termijn inkomen zou verwerven.
De rechtbank legde de verplichting op aan verdachte om het bedrag van 24.360 euro aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verkoop van XTC-pillen werd buiten beschouwing gelaten omdat verdachte daarvan werd vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch op 27 januari 2009.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van 24.360 euro ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel.