ECLI:NL:RBSHE:2009:BH4176

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
188620 KG ZA 09-125
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 EEX-VoArt. 59 EEX-VoArt. 1:10 BWArt. 705 RvArt. 3:92 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslag en verkoop Ferrari en Porsche in faillissementsprocedure: eigendom en beslaggeschil

In deze kort gedingprocedure vorderen eisers de opheffing van door curatoren gelegde beslagen en de afgifte van een Ferrari en Porsche die curatoren via een veiling willen verkopen. Eisers stellen eigenaar te zijn van de voertuigen en betwisten de vorderingen van de curatoren.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de curatoren terecht een vordering op eiser sub 1 hebben en dat de beslagen niet onnodig zijn. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij eigenaar zijn van de Ferrari en Porsche. De verkoop van de voertuigen wordt daarom voorlopig verboden, maar de eigendomsvraag moet in een bodemprocedure worden beslist.

De rechter legt een dwangsom op aan de curatoren bij overtreding van het verkoopverbod en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De vorderingen tot opheffing van het beslag worden afgewezen.

Uitkomst: Beslagen worden niet opgeheven; verkoop Ferrari en Porsche door curatoren wordt verboden; eigendomsvraag wordt in bodemprocedure beslist.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 188620 / KG ZA 09-125
Vonnis in kort geding van 23 februari 2009
in de zaak van
1. [eiser sub 1],
wonende te [woonplaats],
2. de vennootschap naar Duits recht J + J UNTERHALTUNGS KG,
gevestigd te Herzogenrath (Duitsland),
3. de vennootschap naar Duits recht EASY LIFE GERMANY GMBH & CO.KG,
gevestigd te Herzogenrath (Duitsland),
eisers,
advocaten mrs. H. Nieuwenhuizen en P. Dalhuisen te Eindhoven en mr. M. Ph.A. Senders te Waalre,
tegen:
1. JAAP ANNE VAN DER MEER,
kantoorhoudende te Eindhoven,
2. GEURT TE BIESEBEEK,
kantoorhoudende te Budel,
3. PIETER RUDOLF DEKKER,
kantoorhoudende te Rosmalen,
in hun hoedanigheid van curatoren in de faillissementen van [de heer X] en/of Easy Life Investments B.V.
gedaagden,
advocaten mrs. G. te Biesebeek te Budel en P.R. Dekker te Rosmalen.
Eisers zullen gezamenli[eisers] en ieder afzonderlijk [eiser sub 1], J+J en Easy Life Germany genoemd worden. Gedaagden zullen de curatoren genoemd worden.
1. De procedure
1.1. De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de navolgende stukken:
- de inleidende dagvaarding van 18 februari 2009 te 18.10 uur,
- de brief van mr. Nieuwenhuizen van 18 februari 2009 met als bijlagen producties 1 t/m 16,
- de brief van mr. Dekker van 19 februari 2009 met als bijlage productie 1,
- de brief van mr. Dekker van 19 februari 2009 met als bijlagen producties 2 t/m 4,
- de brief van mr. Te Biezebeek van 19 februari 2009 met als bijlagen de producties A t/m N,
- de brief van mr. Nieuwenhuizen van 20 februari 2009 met als bijlagen producties 17 t/m 21,
- de pleitnota van mr. Dalhuisen,
- de pleitnota van mr. te Biesebeek,
- de pleitnota van mr. Dekker,
- de brief van mr. Dekker van 20 februari 2009 met bijlagen.
1.2. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Easy Life Investments B.V. is op 14 oktober 2008 in staat van faillissement verklaard. [de heer X] (hierna: [de heer X]) is op 3 december 2008 in staat van faillissement verklaard. De curatoren zijn als zodanig in beide faillissementen benoemd.
2.2. [eiser sub 1] is aandeelhouder en bestuurder van J+J. [de heer X] houdt 51% en [de heer B] (hierna: [de heer B]) houdt 49% van de aandelen in Easy Life Germany Verwaltungs-GmbH. Easy Life Verwaltungs-GmbH houdt de aandelen in Easy Life Germany. [de heer X] en [de heer B] zijn Geschäfsführer van Easy Life Germany Verwaltungs-GmbH. Easy Life Germany Verwaltungs-GmbH is de bestuurder van Easy Life Germany. Easy Life Germany Verwaltungs-GmbH is op 26 november 2008, terwijl Easy Life Germany op 11 december 2008 in het Duitse handelsregister is ingeschreven.
2.3. De curatoren bieden op een binnenkort te houden internet veiling onder andere een Ferrari 575M Maranello met kenteken [nummer] (hierna: de Ferrari) en een Porsche 911 GT2 met kenteken [nummer] (hierna: de Porsche) te koop aan.
2.4. In een akte economische eigendomsoverdracht van 15 juni 2007 waarbij [de heer X] en [eiser sub 1] partij zijn, wordt onder andere bepaald dat [de heer X] de onverdeelde helft van een drietal appartementsrechten in het stadion van Roda JC in Kerkrade aan [eiser sub 1] voor een bedrag van € 2.082.500,-- verkoopt. De akte bepaalt tevens dat aan de akte een koop-aannemingsovereenkomst ten grondslag ligt tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wyckerveste Adviseurs B.V. (hierna: Wyckerveste) en [de heer X]. De totale koop-aanneemsom bedraagt € 8.500.000,-- (excl. BTW). [eiser sub 1] verbindt zich in de akte jegens [de heer X] om de verplichtingen voortvloeiende uit de koopaannemingsovereenkomst voor de onverdeelde helft mede als zijn eigen verplichtingen aan te nemen en na te komen. Het gekochte is volgens de akte belast met een hypothecaire inschrijving ten behoeve van Fortis Bank (Nederland) N.V. (hierna: Fortis) tot een maximum van € 8.400.000,--. In de akte gaan [de heer X] en [eiser sub 1] ervan uit dat zij beiden een bedrag van € 1.000.000,-- aan Wyckerveste hebben betaald dan wel zullen betalen. Het restant van de koop-aanneemsom van € 6.500.000,-- zal worden voldaan uit de door Fortis ter beschikking gestelde hypothecaire geldlening. De akte voegt daaraan toe: “Uit dien hoofde zijn partijen overeengekomen dat zij voor gemeld bedrag van (..) € 6.500.000,-- tezamen aansprakelijk zijn. Deze aansprakelijkheid geldt tussen [[de heer X]] en [[eiser sub 1]] intern en aldus niet door [[eiser sub 1]] jegens vorengemelde Fortis Bank. Ter uitvoering van het vorenstaande verklaart [[eiser sub 1]] jegens [[de heer X]] in het kader van schuldovername de schulden voortvloeiende uit vorengemelde hypothecaire geldlening -echter slechts tot een bedrag van (..) € 6.500.000,--, voor de onverdeelde helft voor zijn rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen. [[eiser sub 1]] heeft op basis van het vorenstaande vorengemelde koopprijs voldaan. [[de heer X]] verleent [[eiser sub 1]] kwitantie voor de betaling van de koopprijs”.
2.5. De notaris heeft [de heer X] met betrekking tot de levering van commerciële ruimten Zuidzijde Stadion Parkstad op 15 juni 2007 een nota van afrekening van € 4.644.023,61 gestuurd. In de nota van afrekening is BTW opgenomen. Tevens heeft de notaris [de heer X] met betrekking tot de levering van de economische eigendom van commerciële ruimten Zuidzijde Stadion Parkstad een nota van afrekening van nihil doen toekomen. In de nota wordt gesteld dat [de heer X] ten laste van [eiser sub 1] recht heeft op € 1.750.000,-- te vermeerderen met een bedrag van € 332.000,-- aan BTW is in totaal € 2.082.500,--. De nota vermeldt dat de vordering van [de heer X] is voldaan door verrekening middels schuldovername. De notaris heeft [eiser sub 1] met betrekking tot de levering van de economische eigendom van commerciële ruimten Zuidzijde Stadion Parkstad een nota van afrekening van € 3.255,84 gestuurd. In deze nota wordt vermeld dat de koopsom van het registergoed € 1.750.000,-- bedraagt. [eiser sub 1] is aan BTW een bedrag van € 332.500,-- verschuldigd. De koopsom van € 2.082.500,-- (incl. BTW) is volgens de nota voldaan door verrekening middels schuldovername voor een bedrag van € 2.082.500,--. Het bedrag van € 3.255,84 (incl. BTW) betreft volgens de nota van afrekening het honorarium van de notaris en de kadastrale leges met betrekking tot de akte van levering
2.6. Ferrari Autohaus [Y] GmbH (hierna: Ulrich) heeft J+J op 17 oktober 2007 met betrekking tot een Ferrari 575 Maranello GTC F1 een factuur voor een bedrag van € 127.500,-- doen toekomen.
2.7. Kreissparkasse Heinsberg heeft J+J een bedrag van € 60.000,-- geleend ten behoeve van de aankoop van een Ferrari F 575 M. Tussen partijen is overeengekomen dat de Ferrari in eigendom tot zekerheid aan Kreissparkasse Heinsberg zal worden overgedragen. Het bedrag van € 60.000,-- is door J+J op 5 oktober 2007 ontvangen.
2.8. [de heer X] heeft op 17 juni 2008 een bedrag van € 83.000,-- aan Porsche Centrum Eindhoven betaald met als omschrijving: “betaling Porsche GT 2”. Easy Life Germany heeft op 12 juli 2008 bedragen van € 31.579,-- en € 50.000,-- aan Porsche Centrum Eindhoven betaald met als omschrijving: “Porsche GT 2”.
2.9. Porsche Centrum Eindhoven B.V. heeft Easy Life Germany op 19 juni 2008 een factuur van € 179.579,-- met betrekking tot de Porsche gezonden.
2.10. Fortis heeft de curatoren op 10 december 2008 bericht een vordering van € 10.313.487,78 op [de heer X] te hebben. In de brief van 10 december 2008 vermeldt Fortis onder andere dat zij als zekerheid een bankhypotheek heeft voor € 8.400.000,-- op het onbelaste registergoed te Kerkrade, Roda JC Ring 43-85.
2.11. [de heer X] heeft tijdens een faillissementsverhoor van 10 december 2008 met betrekking tot de Ferrari onder andere verklaard: “Ik wilde een Ferrari op Duits kenteken zodat ik BPM vrij kon rijden. Ik had echter nog geen GmbH. [[eiser sub 1]] had wel een GmbH. Ik kende hem en had al eens wat zaken met hem gedaan. Ik mocht tijdelijk zijn GmbH gebruiken. Dus daarom is de auto op naam gezet van de GmbH van [[eiser sub 1]] (..). De auto is gewoon door mij uitgezocht en ik heb hem besteld. Ik heb daarop ook de betaling gedaan aan Ulrich in Frankfurt waar de auto is gekocht. Het andere deel van de koopsom is gefinancierd door de bank (..). Dat heeft [[eiser sub 1]] geregeld. Hij heeft een financiering getekend.”
2.12 [de heer X] heeft op 12 december 2008 schriftelijk onder andere verklaard: “Ik heb [de] Porsche gekocht bij Porsche Zuid Nederland. De auto is rechtstreeks op de GmbH gezet. De helft heb ik privé betaald (..). De andere helft is gefinancierd door de Sparkasse Heinsberg”.
2.13. [de heer B] heeft op 29 december 2008 schriftelijk onder andere verklaard dat Easy Life Germany is opgericht om in Duitsland handel in auto's te drijven. Tevens heeft hij verklaard dat [de heer X] bij Porsche Zuid een Porsche 911 heeft gekocht. Hij weet niet of [de heer X] de Porsche namens Easy Life Germany heeft gekocht. De Porsche is wel op het kenteken van Easy Life Germany geplaatst. De auto is deels door [de heer X] privé en deels door Easy Life Germany betaald.
2.14. [eiser sub 1] heeft op 29 december 2008 schriftelijk onder andere verklaard dat hij besloot de Ferrari van Ulrich te kopen. [de heer X] heeft de auto voor hem gekocht en heeft € 10.000,-- aanbetaald. [eiser sub 1] heeft op 10 oktober 2007 een handgeschreven contract met betrekking tot de Ferrari getekend. Hij heeft namens J+J getekend. De auto is via J+J voor een bedrag van € 127.500 gekocht. J+J heeft € 60.000,-- aan Ulrich betaald. [de heer X] heeft € 75.000,-- aan Ulrich betaald. Het bedrag van € 75.000,-- dat [de heer X] heeft betaald betreft volgens [eiser sub 1] de provisie die [de heer X] aan [eiser sub 1] verschuldigd was voor het aanbrengen van de appartementsrechten in het stadion van Roda JC.
2.15. [eiser sub 1] heeft op 14 januari 2009 onder andere verklaard dat hij de Ferrari heeft gekocht en heeft opgehaald. Daarnaast heeft hij verklaard: “Het feit dat [de heer X] € 77.500,--
heeft betaald aan Ulrich had te maken met de provisie waar ik recht op had (..). Het verhaal wat [de heer X] tegenover u heeft verteld, dat de 575 in feite zijn auto is maar dat hij mij gevraagd heeft om de auto op naam van [J+J] te zetten om zo BPM-vrij te kunnen rijden totdat hij een eigen GmbH zou hebben, verwijs ik naar het rijk der fabelen. Als dat zo was, dan zou hij hem toch nadien hebben omgezet naar zijn eigen GmbH”.
2.16. [Ir. M] van Wyckerveste schrijft de curatoren op 19 januari 2009 onder andere: “Het bedrag van € 1 mio. betreft een verrekening. Ondergetekende in privé kan onroerend goed aankopen van de heer [eiser sub 1] in België (meubelhallen) met een korting van € 1 mio. Indien ik besluit het onroerend goed niet aan te kopen (..) dan zal ik overwegen de retentie te verhogen met € 1 mio.”.
2.17. Kreissparkasse Heinsberg heeft op 27 januari 2009 de “Geschäftsverbindung” met Easy Life Germany opgezegd en haar gesommeerd voor 19 februari 2009 een bedrag van € 194.183,80 te betalen.
2.18. Rechtsanwalt H. Cwik heeft de curatoren op 5 februari 2009 namens Easy Life Germany gesommeerd om de Porsche uiterlijk op 6 februari 2009 aan Easy Life Germany af te geven.
2.19. De curatoren hebben met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht op 30 januari 2009 voor een door hen op [eiser sub 1] gepretendeerde vordering van € 390.000,-- beslag gelegd op een tiental [eiser sub 1] in eigendom toebehorende onroerende zaken en ten laste van [eiser sub 1] conservatoir verhaalsbeslag onder de Staat gelegd.
2.20. [de heer B] heeft op 10 februari 2009 ten overstaan van mr Björn Niels van der Veer, waarnemer van het protocol van wijlen mr Richardus Gerardus Maria Jansen, notaris te Waalre onder ede verklaard: “Onderdeel van de afspraak (..) was ook dat [[de heer X]] aan [[eiser sub 1]] zou voldoen een bedrag groot vijfenzeventig duizend euro (..). De betaling (..) heeft plaatsgevonden bij gelegenheid van de verkrijging door [[eiser sub 1]] van de Ferrari 575 die zich vandaag bij de curatoren in het faillissement van [[de heer X]] bevindt. Uit de contacten die ik heb onderhouden met zowel [[de heer X]] als [[eiser sub 1]] is mij genoegzaam gebleken van de aanspraak van [[eiser sub 1]] op gemeld bedrag groot vijfenzeventig duizend euro, de verrekening bij gelegenheid van de aanschaf van de Ferrari 575 en voorts is evident duidelijk dat de Ferrari 575 eigendom is van de vennootschap van [[eiser sub 1]]”.
2.21. De curatoren hebben [eiser sub 1] op 12 februari 2009 gedagvaard voor de rechtbank Maastricht en zijn veroordeling gevorderd aan de curatoren een bedrag van € 3.739,500,-- te betalen.
2.22. Kreissparkasse Heinsberg heeft de curatoren op 13 februari 2009 geïnformeerd dat de Porsche aan haar in eigendom tot zekerheid is overgedragen en hen gesommeerd om voor 20 februari 2009 met haar overleg te voeren over de afgifte van de Porsche.
2.23. [de heer X] heeft op 16 februari 2009 schriftelijk onder andere verklaard: “Curatoren onherroepelijk volmacht te geven om de Porsche GT 2 met kenteken [nummer] via BVA-Auctions via internet te verkopen en de opbrengst daarvan te laten vloeien in mijn privé faillissement (..) curatoren onherroepelijk volmacht te geven om een raadsman aan te zoeken om zo nodig de belangen van [Easy Life Verwaltungs-GmbH en Easy Life Germany] te behartigen alsmede curatoren onherroepelijk te machtigen de verleende volmacht aan CWIK Rechtsanwälte in te trekken (..) het financieringscontract (..) van de Porsche GT 2 is getekend bij mij thuis in [woonplaats] (..) ik ben steeds bezitter geweest van (..) Porsche GT 2. De enige reden om de auto's formeel op naam te zetten van [Easy Life Germany] was dat ik op die manier BPM vrij, in dure auto’s kon rijden. De auto's stonden steeds bij mij thuis gestald (..)”.
2.24. [De heer P] (hierna: [de heer P]), werkzaam bij Porsche Centrum Eindhoven B.V. heeft op 19 februari 2009 schriftelijk onder andere verklaard: “Ook de Porsche GT2 heb ik aan [[de heer X]] privé verkocht. Bij de aflevering is pas de Duitse vennootschap in beeld gekomen. Toen moest de factuur gesteld worden op naam van deze Duitse vennootschap”.
2.25. De curatoren zijn voornemens onder andere auto's die naar hun mening [de heer X] toebehoren in de periode van 27 februari 2009 tot 3 maart 2009 via internet te veilen. In de informatie die door BVA Auctions op haar website is gepubliceerd worden onder andere de Ferrari en de Porsche genoemd.
3. Het geschil
3.1. [eisers] vorderen - kort gezegd - de opheffing van de door de curatoren ten laste van [eiser sub 1] gelegde beslagen, een gebod aan de curatoren de verkoop van de Ferrari en de Porsche te staken en gestaakt te houden, een gebod aan de curatoren de Ferrari aan J+J dan wel Kreissparkasse Heinsberg af te geven en een gebod aan de curatoren de Porsche aan Easy Life Germany dan wel Kreissparkasse Heinsberg af te geven met veroordeling van de curatoren in de kosten van de procedure.
3.2. [eiser sub 1] stelt dat hij blijkens de kwijting in de akte van 15 juni 2007 de koopsom met betrekking tot de verkrijging van de economische eigendom van de appartementsrechten in het stadion van Roda JC heeft voldaan. Hij heeft door middel van verrekening een bedrag van € 1.000.000,-- aan Wyckerveste betaald. Het restant van de koopsom is voldaan door de overname van een deel van de schuld van [de heer X] aan Fortis. Omdat [de heer X] geen vordering op hem heeft, dienen de ten laste van hem gelegde beslagen te worden opgeheven. De door [eiser sub 1] voorgenomen koop van de panden aan de Wilhelminalaan te Valkenburg – de beslagobjecten e t/m h in het verzoekschrift van de curatoren – dreigt daardoor te mislukken. De door de curatoren gepretendeerde vordering rechtvaardigt een beslag op een tiental objecten van [eiser sub 1] niet.
3.3. J+J stelt dat zij eigenaar is van de Ferrari. De Kreissparkasse Heinsberg is zekerheidseigenaar van de Ferrari. Het kenteken van de Ferrari staat op naam van J+J. Ulrich heeft aan J+J met betrekking tot de koop van de Ferrari een factuur verstuurd. Een deel van de koopsom is door J+J betaald. Een ander deel van de koopsom is weliswaar door [de heer X] betaald maar door de betaling voldeed [de heer X] een schuld van hem aan J+J. De verzekering van de Ferrari staat op naam van J+J en de premies zijn ook door haar betaald. De Fahrzeugbrief berust bij de Kreissparkasse Heinsberg. Met uitzondering van de Zulassung die in de auto aanwezig moet zijn en die thans bij de curatoren berust, bevinden zich alle overige autopapieren bij J+J. Van belang is dat [eiser sub 1] in privé borg staat voor de schulden van J+J aan de Kreissparkasse Heinsberg. J+J wenst de Ferrari terug te krijgen en is niet voornemens om de Ferrari te verkopen. Zij meent dat in de huidige economisch barre tijden geen goede prijs voor de Ferrari kan worden verkregen en de Ferrari op termijn voor een veel hogere prijs kan worden verkocht dan thans mogelijk is.
3.4. Easy Life Germany stelt dat zij eigenaar is van de Porsche. De Kreissparkasse Heinsberg is zekerheidseigenaar van de Porsche. Het kenteken van de Porsche staat op naam van Easy Life Germany. Porsche Zuid heeft aan Easy Life Germany met betrekking tot de koop van de Porsche een factuur verstuurd. [de heer X] heeft een bedrag van € 79.579 aan Porsche Zuid betaald. Easy Life Germany heeft een bedrag van € 100.000.,-- aan Porsche Zuid betaald. De verzekering van de Porsche staat op naam van Easy Life Germany en de premies zijn ook door haar betaald. De overige lasten van de Porsche worden door Easy Life Germany betaald. De Fahrzeugbrief berust bij de Kreissparkasse Heinsberg. Van belang is dat [eiser sub 1] in privé borg staat voor de schulden van Easy Life Germany aan de Kreissparkasse Heinsberg.
3.5. De curatoren voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Het onderhavige kort geding betreft een drietal afzonderlijke vorderingen van [eiser sub 1] op de curatoren tot opheffing van door de curatoren ten laste van [eiser sub 1] gelegde beslagen, van [eiser sub 1] en J+J tot teruggave van de Ferrari en van [eiser sub 1] en Easy Life Germany tot teruggave van de Porsche. Omdat de curatoren in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter ex art. 2 jo Pro art. 59 EEX Pro-Vo jo art. 1:10 BW Pro ook ten aanzien van J+J en Easy Life Germany rechtsmacht.
4.2. Art. 705 Rv Pro noemt het spoedeisend belang niet als vereiste voor opheffing van het beslag. [eiser sub 1], J+J en Easy Life Germany hebben spoedeisend belang bij hun vorderingen de verkoop van de Ferrari en de Porsche te staken en gestaakte te houden omdat de curatoren voornemens zijn de Ferrari en de Porsche te verkopen.
4.3. Tussen [eiser sub 1] en de curatoren staat vast dat [eiser sub 1] terzake van de verkrijging van de economische eigendom van de appartementsrechten in het stadion van Roda JC in Kerkrade geen enkel bedrag aan [de heer X] heeft voldaan. De betekenis van de in de akte economische eigendomsoverdracht van 15 juni 2007 opgenomen kwijting van [eiser sub 1] door [de heer X] moet door uitleg van de akte worden vastgesteld. Uit de akte blijkt dat [eiser sub 1] terzake van de koop-aanneemsom de helft van € 8.500.000,-- exclusief BTW aan Wyckerveste zou hebben moeten voldoen. Van het bedrag van € 4.250.000,-- zou [eiser sub 1]
€ 1.000.000,-- aan Wyckerveste hebben voldaan door middel van verrekening. Het bedrag van € 3.250.000,-- zou door Fortis aan Wyckerveste zijn voldaan. Dan resteert nog een bedrag van € 332.500,-- aan BTW dat [eiser sub 1] blijkens de akte en de nota's van afrekening aan [de heer X] zou moeten betalen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zijn de curatoren er terecht vanuit gegaan dat zij in ieder geval nog een vordering van
€ 332.500,-- op [eiser sub 1] hebben. De voorzieningenrechter is het met de curatoren eens dat geen sprake is van een schuldoverneming in de zin van art. 6:155 BW Pro omdat niet blijkt dat Fortis daarmee heeft ingestemd en partijen ervan uitgaan dat [de heer X] jegens Fortis voor het geheel aansprakelijk blijft. Dit laat onverlet dat wederom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de bedoeling van partijen duidelijk is. [eiser sub 1] heeft zich er jegens [de heer X] toe verplicht om de helft van de schuld van [de heer X] aan Fortis als eigen schuld aan Fortis te zullen voldoen. Dit betekent dat [eiser sub 1] jegens [de heer X] ertoe verplicht is de helft van de schuld van [de heer X] aan Fortis in verband met het door Fortis aan [de heer X] ter beschikking gestelde krediet van € 6.500.000,-- aan Fortis te voldoen. Daarnaast is [eiser sub 1] jegens [de heer X] verplicht om een bedrag van € 1.000.000,-- aan Wyckerveste te voldoen in het geval [eiser sub 1] zich jegens Wyckerveste niet op verrekening zou kunnen beroepen. Omdat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de curatoren in ieder geval een vordering van € 332.500,-- op [eiser sub 1] hebben, kan niet gezegd worden dat de vordering van de curatoren op [eiser sub 1] summierlijk ondeugdelijk is gebleken. Gesteld noch gebleken is dat de beslagen onnodig zijn. [eiser sub 1] heeft zich er weliswaar op beroepen dat er een wanverhouding bestaat tussen de vordering waarvoor de curatoren beslag hebben gelegd en het aantal objecten waarop beslag is gelegd, maar hij heeft niet onderbouwd dat de vordering uit de opbrengst van de executie van een of meer onroerende zaken die in beslag zijn genomen zouden kunnen worden voldaan. Evenmin heeft hij aannemelijk gemaakt dat hij in verband met de exploitatie van de economische eigendom van de appartementsrechten in het Roda JC Stadion al dan niet recht op aftrek van voorbelasting zal hebben. Omdat niet uitgesloten kan worden geacht dat de curatoren uiteindelijk een vordering van € 4.582.500,-- (te vermeerderen met het aandeel van [eiser sub 1] in de meerwerk factuur) op [eiser sub 1] zullen blijken te hebben en niet duidelijk is dat de curatoren voor deze vordering verhaal zullen hebben op [eiser sub 1], moet een belangenafweging in het voordeel van de curatoren uitvallen. [eiser sub 1] heeft ook niet onderbouwd dat hij de onroerende zaken niet zou kunnen verkopen vanwege de door de curatoren gelegde beslagen. [eiser sub 1] zal zich er jegens kopers naar de voorzieningenrechter veronderstelt ertoe dienen te verplichten voor opheffing van de beslagen te zorgen. Dat zal hij bijvoorbeeld kunnen doen door het doen stellen van een bankgarantie voor het bedrag van de overwaarde van het object dat hij heeft verkocht. De voorzieningenrechter zal de beslagen niet opheffen en de vordering van [eiser sub 1] afwijzen.
4.4. De ontvankelijkheid van J+J is door de curatoren niet betwist. Wel betwisten zij de ontvankelijkheid van Easy Life Germany. Enerzijds stellen de curatoren dat Easy Life Germany eerst na de faillietverklaring van [de heer X] in het Duitse handelsregister is ingeschreven en Easy Life Germany niet (indirect) door [de heer B] zou kunnen worden vertegenwoordigd omdat een twee handtekeningsysteem zou gelden. Anderzijds betogen zij dat [de heer X] de curatoren heeft gemachtigd om ervoor te zorgen dat de Porsche ten gunste van zijn boedel zal worden verkocht. In het kader van dit kort geding waarin op korte termijn uitspraak moet worden gedaan, kan de voorzieningenrechter niet nagaan op welk moment Easy Life Germany is ontstaan. Door zijn faillietverklaring kan [de heer X] niet langer beschikken over zijn vermogen. Voorshands gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de faillietverklaring van [de heer X] er niet toe heeft geleid dat hij geen Geschäftsführer van Easy Life Germany Verwaltungs-GmbH meer is en Easy Life Germany niet (langer) zou kunnen vertegenwoordigen. Door zich door [de heer X] als (indirect) bestuurder van Easy Life Germany te laten machtigen om de Porsche zo nodig door Easy Life Germany aan de curatoren over te dragen, hebben de curatoren naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter miskend dat onderscheid moet worden gemaakt tussen [de heer X] enerzijds en Easy Life Germany anderzijds. Gesteld noch gebleken is dat het aandeelhoudersbelang van [de heer B] niet reëel doch zuiver fictief is. De curatoren zijn wat de voorzieningenrechter betreft eraan voorbij gegaan dat [de heer B] (indirect) aandeelhouder is van Easy Life Germany en [eiser sub 1] borg staat jegens Kreissparkasse Heinsberg voor de schulden van Easy Life Germany en zij er belang bij hebben dat de Porsche in het vermogen van Easy Life Germany (feitelijk) terugkeert dan wel door de Kreissparkasse Heinsberg te gelde kan worden gemaakt. In het midden kan blijven of [de heer B] bevoegd is Easy Life Germany (indirect) te vertegenwoordigen. Het is in het belang van Easy Life Germany dat namens haar een vordering is ingesteld en zij kan dan ook in haar vordering worden ontvangen. De voorzieningenrechter wijst er in dit verband op dat [de heer X] en de curatoren conform de regels van het Duitse vennootschapsrecht zo nodig Easy Life Germany en haar vermogen in het faillissement van [de heer X] dienen te betrekken. Daarbij staat het hen niet vrij om voorbij te gaan aan de rechten van [de heer B] als aandeelhouder van Easy Life Germany Verwaltungs-GmbH en indirect aandeelhouder van Easy Life Germany.
4.5. Omdat J+J en Easy Life Germany zich erop beroepen dat zij eigenaar zijn van de Ferrari respectievelijk de Porsche, zullen zij aannemelijk dienen te maken dat de Ferrari respectievelijk de Porsche hun eigendom is. Tussen partijen staat niet vast waar de Ferrari respectievelijk de Porsche zich bevond op het moment dat de akte werd getekend waarin de eigendom van de Ferrari respectievelijk de Porsche tot zekerheid aan de Kreissparkasse Heinsberg werd overgedragen. De curatoren betogen terecht dat de Ferrari en de Porsche alleen op grond van Duits recht in eigendom tot zekerheid aan de Kreissparkasse Heinsberg konden worden overgedragen als zij op het moment van het ondertekenen van de akte tot zekerheidsoverdracht zich op Duits grondgebied bevonden. Het betoog van de curatoren dat naar Nederlands recht eigendomsoverdracht tot zekerheid onmogelijk is, is wat betreft de voorzieningenrechter te algemeen en daarmee niet zonder meer juist. De voorzieningenrechter wijst er in de eerste plaats op dat zekerheidseigendom in de vorm van een eigendomsvoorbehoud op grond van art. 3:92 BW Pro geoorloofd is. In de tweede plaats is van belang dat de Hoge Raad art. 3:84 lid 3 BW Pro, dat een verbod van een zekerheidsoverdracht zou inhouden, door de Hoge Raad restrictief wordt uitgelegd. In het geval J+J dan wel Easy Life Germany eigenaar zou zijn geworden van de Ferrari respectievelijk de Porsche en de auto's zich op het moment van het ondertekenen van de akte waarin de eigendom van de Ferrari respectievelijk de Porsche tot zekerheid aan de Kreissparkasse Heinsberg werd overgedragen in Nederland bevonden zal door uitleg van de akte moeten worden vastgesteld of Kreissparkasse Heinsberg eigenaar van de Ferrari en/of de Porsche is geworden.
4.6. Naar het voorlopig oordeel heeft J+J (nog) niet aannemelijk gemaakt dat de Ferrari haar eigendom is. Voor het standpunt van de curatoren dat de Ferrari in de boedel van [de heer X] valt pleit dat de Ferrari zich (feitelijk) in de boedel van [de heer X] bevindt, [de heer X] betoogt dat de Ferrari van hem is en tussen partijen staat vast dat [de heer X] € 75.000,-- aan Ulrich heeft betaald. Daartegen pleit dat door Ulrich en J+J met betrekking tot de Ferrari een akte is getekend, Ulrich J+J met betrekking tot de aankoop van de Ferrari een factuur heeft verzonden, J+J ten behoeve van de koop van de Ferrari geld van Kreissparkasse Heinsberg heeft geleend, het kenteken van de Ferrari op naam van J+J staat en [eiser sub 1] heeft verklaard dat de Ferrari van J+J is. Omdat J+J (nog) niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eigenaar van de Ferrari is, zal de vordering tot afgifte worden afgewezen. Omdat een aantal argumenten voor het standpunt van J+J pleit, zal de voorzieningenrechter de curator gebieden de verkoop van de Ferrari te staken en (voorshands) gestaakt te houden. De curatoren zullen worden veroordeeld de Ferrari uit de veiling terug te trekken en ervoor te zorgen dat niet langer met de Ferrari op de website van BVA Auctions wordt geadverteerd. Zo snel mogelijk dient tussen partijen duidelijkheid te ontstaan omtrent de eigendom van de Ferrari. De veroordeling van de curatoren de verkoop van de Ferrari (voorshands) gestaakt te houden zal dan ook afhankelijk worden gemaakt van het in rechte betrekken van de curatoren door J+J binnen drie weken na heden. Het beroep van de curatoren op een retentierecht komt eerst aan de orde als vast zou komen te staan dat J+J eigenaar is van de Ferrari. De curatoren komt eventueel een beroep op een retentierecht voor de door hen gepretendeerde vordering van € 75.000,-- op J+J toe als het op de door de curatoren veronderstelde overeenkomst van geldlening toepasselijke recht meebrengt dat zij zich op een retentierecht kunnen beroepen. Vgl. Hoge Raad 7 januari 2000, NJ 2001, 406.
4.7. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft Easy Life Germany (nog) niet aannemelijk gemaakt dat de Porsche haar eigendom is. Voor het standpunt van de curatoren dat de Porsche in de boedel van [de heer X] valt pleit dat de Porsche zich (feitelijk) in de boedel van [de heer X] bevindt, [de heer X] en [de heer P] betogen dat de Porsche van [de heer X] is en tussen partijen staat vast dat [de heer X] een bedrag van € 83.000,-- aan Porsche Centrum Eindhoven heeft betaald. Daartegen pleit dat Porsche Centrum Eindhoven Easy Life Germany met betrekking tot de aankoop van de Porsche een factuur heeft verzonden, Easy Life Germany ten behoeve van de koop van de Porsche geld van Kreissparkasse Heinsberg heeft geleend en het kenteken van de Porsche op naam van Easy Life Germany staat. Omdat Easy Life Germany (nog) niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eigenaar van de Porsche is, zal de vordering tot afgifte worden afgewezen. Omdat een aantal argumenten voor het standpunt van Porsche pleit, zal de voorzieningenrechter de curator gebieden de verkoop van de Porsche te staken en (voorshands) gestaakt te houden. De curatoren zullen niet worden veroordeeld de Porsche meteen uit de veiling terug te trekken omdat partijen het erover eens zijn dat nagegaan dient te worden of voor de Porsche een acceptabel bod kan worden verkregen. Wel zal worden bepaald dat de curatoren de Porsche slechts met toestemming van Easy Life Germany in de persoon van [de heer B], [eiser sub 1] en Kreissparkasse Heinsberg mag worden gegund. Zo snel mogelijk dient tussen partijen duidelijkheid te ontstaan omtrent de eigendom van de Porsche. De veroordeling van de curatoren de verkoop van de Porsche (voorshands) gestaakt te houden zal dan ook afhankelijk worden gemaakt van het in rechte betrekken van de curatoren door Easy Life Germany binnen twee maanden na heden.
4.8. Om[eisers] en de curatoren over en weer in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd met dien verstande dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. Ondanks het verweer van de curatoren, zal de voorzieningenrechter aan de veroordelingen een dwangsom verbinden. Wat de voorzieningenrechter betreft zijn de curatoren een procespartij als ieder ander.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. veroordeelt de curatoren de verkoop van de Ferrari binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te staken en vervolgens gestaakt te houden met dien verstande dat de veroordeling van de curatoren de verkoop van de Ferrari gestaakt te houden vervalt als J+J de curatoren niet binnen drie weken na heden met betrekking tot de vraag wie eigenaar van de Ferrari is in rechte betrekt,
5.2. veroordeelt de curatoren de Ferrari binnen twee dagen na betekening van dit vonnis uit de veiling terug te trekken en ervoor te zorgen dat niet langer met de Ferrari op de website van BVA Auctions wordt geadverteerd,
5.3. veroordeelt de curatoren de Porsche niet te gunnen aan een bieder op de internetveiling zonder (schriftelijke) toestemming van Easy Life Germany in de persoon van [de heer B], [eiser sub 1] en Kreissparkasse Heinsberg,
5.4. veroordeelt de curatoren overigens geen verkoopactiviteiten met betrekking tot de Porsche te ondernemen met dien verstande dat dit verbod vervalt als Easy Life Germany niet binnen twee maanden na heden de curatoren met betrekking tot de vraag wie eigenaar van de Porsche is in rechte betrekt,
5.5. bepaalt dat de curatoren voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelen met het onder 5.1., 5.2., 5.3. en 5.4. bepaalde, [eisers] een dwangsom verbeuren van EUR 15.000,--, tot een maximum van EUR 150.000,--,
5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7. compenseert de proceskosten met dien verstande dat ieder der partijen de eigen kosten draagt,
5.8. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2009.