ECLI:NL:RBSHE:2009:BI6953
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Harts
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip gemiddeld salaris bij suppletieregeling na ontbinding arbeidsovereenkomst
Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [de B.V.] en werknemer [verzoeker sub 2] ontstond onenigheid over de uitleg van het begrip 'gemiddeld salaris' in de suppletieregeling. [de B.V.] stelde dat dit salaris het gemiddelde bruto salaris over de drie maanden voorafgaand aan het verzoekschrift betrof, terwijl werknemer meende dat het laatstelijk genoten hogere salaris, vanaf 1 november 2008, als uitgangspunt moest gelden.
De kantonrechter overwoog dat het verzoekschrift werd ingediend voordat werknemer het hogere salaris genoot en dat de suppletieregeling bedoeld was om inkomensachteruitgang te compenseren. Het gemiddelde salaris over de drie maanden voorafgaand aan het verzoekschrift was daarom het juiste uitgangspunt. Tevens werd benadrukt dat het hanteren van het laatstelijk genoten salaris voor werknemer zou leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van andere werknemers met een fluctuerend inkomen.
De kantonrechter wees het beroep van werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten. De financiële grondslag voor de suppletieregeling werd vastgesteld op € 1.2067,12 bruto per maand. Hiermee werd bevestigd dat de vergoeding gebaseerd is op het gemiddelde salaris voorafgaand aan het verzoekschrift en niet op het hogere salaris dat werknemer later genoot.
Uitkomst: De financiële grondslag voor de suppletieregeling is het gemiddelde salaris over de drie maanden voorafgaand aan het verzoekschrift, vastgesteld op € 1.2067,12 bruto per maand.