ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ2107
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid huisgenoten
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde het beroep van verzoeker tegen het besluit van de burgemeester van Eindhoven om een huisverbod op te leggen op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. Dit huisverbod betrof een periode van tien dagen en was gericht op het beschermen van de vrouw en de minderjarige die met verzoeker samenwoonden.
De vrouw had aangifte gedaan van geweld en bedreiging door verzoeker, waaronder mishandeling met een mes en een schaar, en een incident waarbij verzoeker op haar hoofd was gaan zitten. Deze feiten werden bevestigd door een schriftelijke verklaring van een buurman en andere getuigenverklaringen. De voorzieningenrechter achtte de verklaringen van de vrouw geloofwaardig en vond dat er voldoende aannemelijk was gemaakt dat de aanwezigheid van verzoeker in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van de huisgenoten.
Verzoeker betwistte de aantijgingen en stelde dat de vrouw valse aangifte had gedaan en dat zijn belangen bij ongestoord gebruik van de woning en contact met de minderjarige zwaarder moesten wegen. De rechtbank oordeelde echter dat het belang van de vrouw en haar dochter bij een veilig verblijf zwaarder woog dan het belang van verzoeker.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en besloot direct in de hoofdzaak uitspraak te doen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod is ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening is afgewezen.