ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ4340
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering standplaatsvergunning ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de Markt in Den Bosch
Eiseres, die sinds 2001 jaarlijks een standplaatsvergunning voor een viskraam op de Markt in Den Bosch heeft gehad, verzocht om een vergunning voor een nieuwe locatie naast het kunstwerk ‘Etude Gothique’. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders, weigerde deze vergunning op grond van het belang van het behoud van het uiterlijk aanzien van de omgeving en de zichtlijnen op de Markt, zoals vastgelegd in het herinrichtingsplan uit 2005-2006.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een ruime beoordelingsmarge toekomt bij het afwegen van belangen en dat de uitgangspunten van het herinrichtingsplan niet onredelijk zijn. De brief van 19 juli 2006, waarin verweerder een conceptvoorstel deed voor nieuwe standplaatslocaties, kon niet worden opgevat als een definitieve toezegging, zodat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.
Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom de locatie naast ‘Etude Gothique’ niet acceptabel is vanwege negatieve effecten op de visuele beleving en belemmering van zichtlijnen. De rechtbank vindt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van eiseres door een alternatieve, centraal gelegen locatie aan te bieden. De stelling van eiseres dat deze locatie commercieel minder aantrekkelijk is, is niet cijfermatig onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de standplaatsvergunning wordt ongegrond verklaard.