ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ6724
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstandsuitkering WWB voor EU-burger vanaf datum schriftelijke aanvraag
Eiser, een Britse EU-burger die het grootste deel van zijn leven in Nederland heeft gewoond, vroeg op 21 maart 2007 schriftelijk bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder weigerde aanvankelijk de uitkering toe te kennen omdat eiser volgens hem niet rechtmatig in Nederland verbleef en niet voldeed aan de vijfjaarverblijfsvereiste voorafgaand aan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd die op 4 juli 2007 werd toegekend.
De rechtbank oordeelde dat eiser als EU-burger rechtmatig in Nederland verbleef op grond van het EG-verdrag en de daarop gebaseerde Richtlijn 2004/38/EG, en dat het verblijfsdocument slechts declaratoir is. De vijfjaarverblijfsvereiste geldt voor het verblijfsrecht, niet voor het recht op bijstand. Omdat de aanvraag op 21 maart 2007 door de gemachtigde van eiser bij de dienst Werk, Zorg en Inkomen (WZI) was ingediend en ten onrechte niet was doorgeleid naar het bevoegde orgaan, moest deze datum als de juiste aanvraagdatum worden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde het bestreden besluit van 25 maart 2008, herroept het primaire besluit van 15 mei 2007 en bepaalde dat eiser met ingang van 21 maart 2007 recht heeft op een WWB-uitkering. Tevens werd verweerder verplicht het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat EU-burgers binnen de geldende richtlijnen aanspraak kunnen maken op sociale bijstand vanaf het moment van aanvraag, ongeacht de datum van het verblijfsdocument.
Uitkomst: Eiser heeft vanaf 21 maart 2007 recht op een WWB-uitkering en het bestreden besluit wordt vernietigd.