ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ6792
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering DSB wegens verjaring hoofdelijke aansprakelijkheid kredietovereenkomst
De zaak betreft een vordering van DSB Bank tegen de gedaagde, die samen met haar ex-echtgenoot hoofdelijk aansprakelijk was voor een doorlopend krediet bij Voorschotbank, later gefuseerd met DSB. Na ontbinding van het huwelijk werd de schuld aan de ex-echtgenoot toegedeeld.
DSB stelde dat een betaling door de ex-echtgenoot aan DSB de verjaring van de vordering jegens de gedaagde had gestuit, waardoor zij nog betaling kon vorderen. De gedaagde voerde verweer dat deze betaling niet tot stuiting van de verjaring jegens haar leidde.
De rechtbank oordeelde dat hoofdelijkheid niet betekent dat vorderingsrechten jegens elke schuldenaar niet te onderscheiden zijn. Stuiting van verjaring kan alleen worden ingeroepen jegens de schuldenaar aan wie de stuitingshandeling is gericht of die een erkenning heeft gedaan. Omdat niet is gebleken dat de verjaring jegens de gedaagde tijdig was gestuit, zijn de vorderingen verjaard en wijst de rechtbank de vordering af. DSB wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van DSB af wegens verjaring van de rechtsvordering jegens de gedaagde.