ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ8754

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
623621
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.E.M. Leclercq
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van arbeidsovereenkomst en discriminatie op basis van moederschap

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank 's-Hertogenbosch op 23 september 2009 uitspraak gedaan in een ontbindingsverzoek van Fluke Biomedical Inc., vertegenwoordigd door Fluke Europe B.V., tegen een werknemer, verweerster, die sinds 21 augustus 1998 in dienst was als strategic account manager. Verzoekster heeft het verzoek tot ontbinding ingediend omdat de functie van verweerster overbodig zou zijn geworden door slechte economische omstandigheden en een herstructurering van het verkoopteam. Verweerster betwist echter de noodzaak van de ontbinding en stelt dat er sprake is van een voortdurende omzetgroei. Ze wijst erop dat zij met een langer dienstverband eerder in aanmerking had moeten komen voor de overgebleven functie dan de huidige functionaris. Daarnaast stelt verweerster dat haar zwangerschapsverlof en verzoek om minder te werken een rol hebben gespeeld in de beslissing van verzoekster om haar dienstverband te beëindigen.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat verzoekster onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de noodzaak van de ontbinding en dat er geen adequate financiële gegevens zijn overgelegd ter onderbouwing van het verzoek. De rechter heeft ook opgemerkt dat de omstandigheden rondom het moederschap van verweerster en haar verzoek om minder te werken de indruk wekken dat deze factoren een rol hebben gespeeld in de beslissing van verzoekster. Gezien deze overwegingen heeft de kantonrechter het ontbindingsverzoek afgewezen en verzoekster veroordeeld in de proceskosten van verweerster, die zijn begroot op € 400,--. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij ontslagprocedures en het vermijden van signalen die discriminatie op basis van moederschap kunnen impliceren.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN
BESCHIKKING INGEVOLGE ARTIKEL 7:685 VAN HET BURGERLIJK WET¬BOEK
In de zaak van:
Fluke Biomedical Inc., ten deze vertegenwoordigd door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fluke Europe B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
verzoekster,
gemachtigde: mw. mr. T.G.C. Kroeze, advocaat te Bergen op Zoom,
t e g e n :
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
verweerster,
gemachtigde: mw. mr. M.A.P.J. van den Biggelaar, advocaat te Waalre,
heeft de kantonrechter de navolgende beschikking gegeven.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de navolgende stukken:
­het verzoekschrift, met producties;
­het verweerschrift, met producties;
­de door de griffier gemaakte aantekeningen van het verhandelde op de zitting d.d. 13 juli 2009 en de ten behoeve van die zitting door verzoekster overlegde pleitnota en de door beide partijen nog overgelegde aanvullende producties;
­de aanvullende akte van de zijde van verzoekster, met producties;
­de antwoordakte van verweerster.
2. De beoordeling
2.1 Verweerster, geboren op 14 januari 1969, is sinds 21 augustus 1998 in dienst bij verzoekster dan wel een met verzoekster gelieerde onderneming, laatstelijk in de functie van strategic account manager voor een salaris van € 3.896,70 bruto per maand exclusief 8 % vakantietoeslag en overige emolumenten.
Verzoekster streeft naar ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat zij, in verband met de resultaten van het bedrijf als geheel, zich genoodzaakt heeft gezien om de functie van verweerster te laten vervallen, nu deze functie overbodig blijkt te zijn. Of verweerster er wel of niet is maakt geen verschil voor de omzet, verweerster heeft geen toegevoegde waarde.
Ter zitting is hier aan toegevoegd dat de slechte economische omstandigheden verzoekster ertoe hebben genoodzaakt het verkoopteam voor Europa, dat bestond uit vijf personen, te reduceren tot één persoon plus een verkoopagent voor Rusland.
Verzoekster biedt een vergoeding aan van € 44.000,-- bruto, gebaseerd op de kantonrechters-formule met correctiefactor 1.
2.2 Verweerster stelt in de eerste plaats dat verzoekster niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat zij niet bij verzoekster, maar bij Fluke Nederland B.V. in dienst is. Verder betwist verweerster dat verzoekster genoodzaakt zou zijn de functie van verweerster te laten vervallen. Volgens haar is er sprake van een voortdurende omzetgroei, sinds zij in 2005 persoonlijk door de leiding van Fluke Biomedical is benaderd met de vraag om het team per 1 januari 2006 te komen versterken. Indien er al ingekrompen zou moeten worden op het verkoopteam, dan valt volgens verweerster niet in te zien waarom zij, met een veel langer dienstverband dan de collega die uiteindelijk is overgebleven, het veld zou moeten ruimen. Tenslotte stelt verweerster dat er volstrekt onvoldoende inspanningen zijn verricht om voor haar binnen de organisatie een andere functie te vinden.
Verweerster, die in augustus 2008 met zwangerschapsverlof is gegaan, een tweeling heeft gekregen en van 1 januari 2009 tot 1 augustus 2009 onbezoldigd ouderschapsverlof heeft genoten, meent dat deze omstandigheden en met name nog haar verzoek om vanaf 1 augustus 2009 minder te gaan werken, er debet aan is dat verzoekster van haar af wil.
Verweerster concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster, althans tot afwijzing van het verzoek. Zou toch tot ontbinding worden besloten dan bepleit zij een vergoeding naar billijkheid ter grootte van € 87.887,60 bruto. Zij is daarbij uitgegaan van een correctiefactor 2.
2.3 De kantonrechter verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer. Blijkens de brief van 19 december 2005, die zich bij de stukken bevindt, is sprake geweest van een overgang naar Fluke Biomedical per 1 januari 2006. Ook al is de salarisadministratie gebleven bij Fluke Nederland B.V., dan nog is hier echt sprake van een overgang en niet van een detachering.
2.4 Het staat een werkgever in beginsel vrij zijn organisatie zo in te richten als het hem het beste voorkomt, maar indien daarbij ontslagen aan de orde zijn dient wel getoetst te kunnen worden of daarbij de geldende normen in acht zijn genomen. Tegen deze achtergrond is door de kantonrechter ter zitting vastgesteld dat de nadere stelling van verzoekster dat er een noodzaak bestond om het verkoopteam terug te brengen tot één persoon onvoldoende is gestaafd, waarop verzoekster heeft gevraagd alsnog in de gelegenheid te worden gesteld om toereikende financiële bedrijfsgegevens in het geding te brengen. Die gelegenheid heeft de kantonrechter geboden, maar verzoekster heeft geen aanvullende financiële gegevens verstrekt. Ook is geen duidelijk weerwoord gekomen op de stelling van verweerster, dat zij met haar langere dienstverband eerder in aanmerking had moeten komen voor de enige overblijvende verkoopfunctie voor Europa dan de functionaris die die functie nu vervult.
Deze beide feiten geven voedsel aan de veronderstelling dat het inderdaad het moederschap en het verlangen minder te gaan werken zijn geweest die ertoe hebben geleid dat er is beslist dat verzocht zou moeten worden het dienstverband met verweerster te mogen beëindigen.
Elk signaal dat bijdraagt aan de gedachte dat dit soort ontslagoverwegingen gehonoreerd worden dient te worden vermeden, en daarom zal de kantonrechter het ontbindingsverzoek afwijzen.
2.5 Dit biedt verzoekster de gelegenheid om met meer kracht dan tot nu toe is tentoongespreid een functie voor verweerster binnen haar organisatie te vinden.
2.6 Als de in het ongelijk gestelde partij zal verzoekster worden verwezen in de kosten.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
veroordeelt verzoekster in de kosten aan de zijde van verweerster gevallen en tot op heden begroot op € 400,--.
Gegeven door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.