ECLI:NL:RBSHE:2009:BK1847
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding toevoeging ten onrechte met terugwerkende kracht ingetrokken
Eiser ontving een toevoeging voor de behandeling van een strafzaak en diende een declaratie in voor de verleende rechtsbijstand. Verweerder trok de vastgestelde vergoeding met terugwerkende kracht in op grond van een mutatie van de toevoeging, waarbij een andere advocaat de zaak overnam. De rechtbank beoordeelde dat de feiten en omstandigheden die aan de intrekking ten grondslag lagen, namelijk de mutatie van de toevoeging, reeds bekend waren op het moment van de vaststelling van de vergoeding.
Verweerder baseerde de intrekking op artikel 30 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr), dat intrekking toestaat indien na vaststelling feiten bekend worden die de vergoeding lager zouden maken. De rechtbank stelde vast dat de mutatie van de toevoeging op 24 augustus 2007 was gedateerd en dat verweerder deze datum reeds kende vóór de intrekking op 28 september 2007. Hierdoor was de intrekking met terugwerkende kracht niet toegestaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd verweerder opgedragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. De zaak betrof de uitleg en toepassing van regels omtrent toevoegingen en vergoedingen in het kader van rechtsbijstand in strafzaken.
Uitkomst: De intrekking met terugwerkende kracht van de vastgestelde vergoeding is onterecht en het bestreden besluit wordt vernietigd.