ECLI:NL:RBSHE:2009:BK3959
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid huisarts en opleider wegens tekortschietende overdracht bij ernstig ziek kind
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de huisarts in opleiding en haar opleider in maart 1993 adequaat hebben gehandeld bij de behandeling en overdracht van een ernstig ziek meisje van anderhalf jaar oud, dat later bleek te lijden aan meningokokkensepsis. De rechtbank heeft deskundigen geraadpleegd, waaronder een huisarts-epidemioloog, die concludeerde dat er destijds geen duidelijke aanwijzingen waren om aan meningitis of sepsis te denken, maar dat de diagnose urineweginfectie met koorts wel gesteld mocht worden.
De deskundige stelde ook dat het niet starten van antibiotica op dezelfde dag niet aan de artsen kon worden toegerekend, maar dat een urineweginfectie met koorts bij een ziek kind nader onderzoek en zorgvuldige opvolging rechtvaardigt. De rechtbank oordeelde dat de overdracht aan de avondwaarnemer onvoldoende zorgvuldig was en dat de ouders niet adequaat waren geïnstrueerd over wanneer en hoe zij contact moesten opnemen bij verslechtering van de toestand.
De artsen hebben volgens de rechtbank niet voldaan aan de zorg die van een goed hulpverlener mag worden verwacht, mede gelet op de taalbarrière van de ouders en de ernst van de situatie. De rechtbank acht hen aansprakelijk voor de tekortkoming in de geneeskundige behandelingsovereenkomst, maar stelt dat de causaliteit en gevolgen nog nader moeten worden onderzocht door een infectioloog. De zaak is aangehouden voor nadere deskundigenrapportage.
Uitkomst: De huisarts en haar opleider zijn aansprakelijk voor tekortkomingen in de overdracht en instructie, maar de gevolgen worden nader onderzocht.