ECLI:NL:RBSHE:2009:BK8201
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Robers
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid met beperkte vergoeding
De werknemer was sinds 1972 in dienst bij de werkgever en raakte vanaf 1994 gedeeltelijk arbeidsongeschikt, met een volledige afkeuring vanaf 2008. Na langdurig ziekteverzuim vroeg de werkgever toestemming om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, die werd verleend in februari 2008. De werknemer vorderde een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de gevolgen van het ontslag voor hem te ernstig waren en dat geen vergoeding was aangeboden.
De werkgever betwistte de zwaarte van het werk en het causaal verband met de arbeidsongeschiktheid, stelde dat passende werkzaamheden waren gecreëerd en dat er geen sprake was van een opzegverbod. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer sinds 1998 geen bestaande functie meer vervulde, maar aangepaste werkzaamheden verrichtte, en dat het ontslag niet in strijd was met het opzegverbod.
De kantonrechter bevestigde dat het ontbreken van een vergoeding niet automatisch het ontslag kennelijk onredelijk maakt, maar stelde vast dat de werkgever geen afbouwregeling had getroffen voor de onverplichte WAO-aanvulling die wegviel, wat wel tot kennelijke onredelijkheid leidde. De gevorderde schadebedragen op basis van de kantonrechtersformule werden afgewezen, maar een vergoeding van €15.000 werd toegekend wegens het ontbreken van een afbouwregeling.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding met wettelijke rente en tot vergoeding van proceskosten. Het vonnis is uitgesproken op 17 december 2009 door kantonrechter H.G. Robers.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding van €15.000 wegens kennelijk onredelijk ontslag door het ontbreken van een afbouwregeling.