ECLI:NL:RBSHE:2009:BR4396
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.P. Willemse
- Ch. Dunnewijk
- W. Overbosch
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag en poging tot afpersing met verminderd toerekeningsvatbaarheid
Op 10 februari 2009 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag gevolgd door een poging tot afpersing. Verdachte sloeg het slachtoffer meerdere malen met een hamer, waaronder op het hoofd, en bedreigde het slachtoffer met een honkbalknuppel om geld en een bankpas af te dwingen. De rechtbank achtte bewezen dat de poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk de afpersing voor te bereiden.
De rechtbank nam kennis van psychiatrische en psychologische rapporten waaruit bleek dat verdachte leed aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en cannabisafhankelijkheid, wat leidde tot een lichte vermindering van zijn toerekeningsvatbaarheid. Dit werd meegenomen in de strafoplegging.
De officier van justitie eiste 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, maar de rechtbank legde een lagere straf op van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, inclusief medewerking aan begeleid wonen.
De rechtbank vond dat de ernst van het feit een vrijheidsbenemende straf vereiste vanwege de ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en het misbruik van vertrouwen. Tegelijkertijd hield de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn jeugdtrauma's.
Het vonnis werd gewezen door mr. J.M.P. Willemse, voorzitter, en mr. Ch. Dunnewijk en mr. W. Overbosch, leden, en uitgesproken op 10 februari 2009.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor poging tot doodslag gevolgd door poging tot afpersing met verminderd toerekeningsvatbaarheid.