Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 april 2010
- het proces-verbaal van comparitie van 17 augustus 2010.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 3.200,00
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Eiser investeerde in 2005 een bedrag van €27.500.000 in beleggingsproducten via de Luxemburgse vennootschap Opta S.A., waarvan gedaagde mede-aandeelhouder en bestuurder was. De gelden werden grotendeels overgemaakt aan een trader, maar het grootste deel van de investering en de rendementen werden niet aan eiser terugbetaald.
Eiser startte een procedure tegen gedaagde en andere betrokkenen, die leidde tot een vaststellingsovereenkomst in november 2006 waarin gedaagde zich verplichtte tot betaling van €13.550.000 vóór 28 februari 2007. Eiser vordert nakoming van deze overeenkomst en betaling van rente en kosten.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde gehouden is tot betaling van €13.550.000 met rente vanaf de fatale termijn, en wijst de vordering voor het meerdere bedrag af wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en een deel van de proceskosten toegewezen.
De vordering wordt grotendeels toegewezen, waarbij de rechtbank de vaststellingsovereenkomst als bindend en uitvoerbaar beschouwt, ondanks eerdere procedurele complicaties in een aanverwante zaak bij de Rechtbank Roermond.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €13.553.200 met rente en kosten op grond van de vaststellingsovereenkomst.