ECLI:NL:RBSHE:2010:BL0544
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslagbetaling bij samenloop van recht zonder wettelijke grondslag
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of de Sociale Verzekeringsbank (SVB) het beleid mag hanteren dat artikel 18, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) pas toepassing vindt als beide ouders een aanvraag om kinderbijslag hebben ingediend. Eisers, de ouders bij wie het kind sinds oktober 2007 woont, hebben met terugwerkende kracht kinderbijslag aangevraagd vanaf het eerste kwartaal van 2008. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat de kinderbijslag reeds was uitbetaald aan de moeder, bij wie het kind niet woont.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder afwijkt van het wettelijke kader van artikel 18, vierde lid, AKW, dat bepaalt dat kinderbijslag niet wordt betaald aan degene tot wiens huishouden het kind niet behoort. De SVB koppelt dit echter onterecht aan het moment van aanvraag door de ouder bij wie het kind woont. Noch de AKW, noch het Samenloopbesluit bieden hiervoor een wettelijke grondslag.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan eisers. De uitspraak benadrukt dat het voorkomen van administratieve lasten voor de SVB geen reden kan zijn om af te wijken van de wet.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.