ECLI:NL:RBSHE:2010:BL5400
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel primair; deels voorwaardelijke straf bij poging tot mensenhandel
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel en poging tot mensenhandel gepleegd tussen maart en april 2008 in Nederland en Tsjechië. Primair werd hem mensenhandel ten laste gelegd waarbij sprake zou zijn van dwang, geweld of misbruik van kwetsbare positie. Subsidiair werd poging tot mensenhandel ten laste gelegd.
De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen was, met name omdat er geen bewijs was voor dwang of geweld. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte samen met anderen een vrouw had aangeworven en meegebracht met het oogmerk haar beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen tegen betaling, zonder dat het misdrijf was voltooid.
De rechtbank wees het verweer van de raadsman af dat er geen dubbele strafbaarheid was en dat Tsjechië het strafbare feit niet kende. De rechtbank volgde de uitleg van de wetgever dat voor het strafbare feit van artikel 273f Sr geen dwang vereist is en dat het enkel aanwerven met het oogmerk prostitutie strafbaar is.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het bewezen verklaarde, dat een van de minst ernstige vormen van mensenhandel betreft. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 90 dagen op, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 60 uur. Het primair tenlastegelegde werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel, maar veroordeeld voor poging tot mensenhandel met deels voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf.