ECLI:NL:RBSHE:2010:BL6801

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/836006-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 Wetboek van StrafvorderingArt. 150b Wetboek van StrafvorderingArt. 227 Wetboek van StrafvorderingArt. 446 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking rechter-commissaris en benoeming NFI-deskundige voor onderzoek verdovende middelen

In deze strafzaak heeft de officier van justitie beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de benoeming van een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) had afgewezen. Het betrof een onderzoek naar de samenstelling van stoffen die mogelijk onder de Opiumwet vallen.

De rechtbank heeft overwogen dat het onderzoek naar deze stoffen moet worden gekwalificeerd als deskundigenonderzoek in de zin van artikel 150 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat het niet door een opsporingsinstantie wordt uitgevoerd en het een interpretatie en analyse van bewijsmateriaal betreft. De eerdere afwijzing was gebaseerd op een onjuiste interpretatie van de Aanwijzing technisch onderzoek/deskundigenonderzoek van het College van procureurs-generaal.

De rechtbank vernietigt daarom de beschikking van de rechter-commissaris en wijst de gevorderde benoeming van één of meer NFI-deskundigen toe. Deze deskundigen zullen een rapport opstellen over de vraag of het onderzochte materiaal middelen bevat die vermeld zijn op de lijsten van de Opiumwet of de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

De uitspraak benadrukt het belang van deskundigenonderzoek bij complexe technische analyses en verduidelijkt de toepassing van de wettelijke regels omtrent deskundigenonderzoek in strafzaken.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de benoeming van een NFI-deskundige en wijst de gevorderde benoeming alsnog toe.

Uitspraak

Rechtbank 's-Hertogenbosch Raadkamer
Parketnummer: 01/836006-10
Kenmerk: 10/209
Beschikking ex artikel 227 jo Pro. 446 Wetboek van Strafvordering
in de strafzaak van verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],
wonende aan de [adres] te [woonplaats].
De officier van justitie heeft bij akte van 12 februari 2010 een beroepschrift ingediend ter griffie van deze rechtbank.
Het beroepschrift is behandeld in raadkamer van deze rechtbank op 17 februari 2010. Daarbij is de officier van justitie gehoord. De verdachte is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.
De officier van justitie is het niet eens met de beschikking van de rechter-commissaris van 9 februari 2010 waarbij de vordering van de officier van justitie tot benoeming van een NFI-deskundige is afgewezen.
Overwegingen
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd één of meer bij het NFI werkzame tekenbevoegde deskundigen op het deskundigheidsgebied 'verdovende middelen' te benoemen in de strafzaak tegen verdachte.
De rechter-commissaris heeft overwogen dat ten aanzien van het onderzoek zoals gevorderd door de officier van justitie geen sprake is van deskundigenonderzoek in de zin van de Wet deskundige in strafzaken, gelet op de Aanwijzing technisch onderzoek/deskundigenonderzoek van het College van procureurs-generaal en de bijlage daarbij onder nummer 31.
Het College van procureurs-generaal heeft een 'Aanwijzing technisch onderzoek/deskundigenonderzoek' gegeven in de zin van artikel 130 lid 4 Wet Pro RO waarin nader is gepreciseerd wanneer sprake is van deskundigenonderzoek in de zin van de wet en wanneer dat niet het geval is, nu in het geval van een deskundigenonderzoek wel in het geval van een technisch onderzoek geen informatieverplichting geldt jegens de verdachte.
De Aanwijzing geeft aan dat in de fase van interpretatie en analyse van de veiliggestelde sporen en andere gegevens het ervan afhangt op welk onderzoeksgebied het onderzoek plaatsvindt of dit al dan niet als deskundigenonderzoek in de zin van artikel 150 Sv Pro kan worden aangemerkt. Onderzoek wordt niet aangemerkt als deskundigenonderzoek als het plaatsvindt op een onderzoekgebied dat is vermeld op de lijst die is opgenomen als bijlage 1 bij de aanwijzing én het wordt verricht door een opsporingsinstantie. Onderzoek wordt wel aangemerkt als deskundigenonderzoek wanneer het onderzoek niet wordt verricht door een opsporingsinstantie; wanneer een onderzoeksgebied niet is vermeld op de hiervoor genoemde lijst; wanneer een (nadere) analyse of beoordeling van de bevindingen van het technisch opsporingsonderzoek aan de orde is.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak op verdovende middelen gelijkende stoffen in beslag zijn genomen en dat er onderzoek naar de samenstelling van die stoffen dient te geschieden, welk onderzoek niet binnen de politieorganisatie wordt uitgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van interpretatie en analyse van bewijsmateriaal. Het te verrichten onderzoek dient derhalve te worden aangemerkt als deskundigenonderzoek. Gelet op hiervoor overwogene, is het enkele feit dat het gebied 'verdovende middelen' vermeld is op de lijst 'Onderzoeksgebieden behorende tot het domein van de opsporingsinstanties' onvoldoende onderbouwing voor de afwijzing van de gevorderde benoeming.
De rechtbank zal de beschikking van de rechter-commissaris vernietigen en alsnog de gevorderde benoeming toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris van 9 februari 2010;
- benoemt één of meer door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan te wijzen deskundigen die is/zijn geregistreerd in het NFI-register van tekenbevoegden in het deskundigheidsgebied 'verdovende middelen' om een op naam gesteld rapport uit te brengen ter beantwoording van de vraag: Bevat het materiaal middelen die vermeld zijn op een van de lijsten van de Opiumwet of op de bijlagen van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en zo ja, welke.
Aldus gegeven in raadkamer van de rechtbank 's-Hertogenbosch door mr. E.C.M. de Klerk, voorzitter, en mrs. F.P.E. Wiemans en D. Streefkerk, leden, en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 19 februari 2010.
De griffier is buiten staat deze de voorzitter,
beschikking mede te ondertekenen.