ECLI:NL:RBSHE:2010:BL8327
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning en praktijkruimte als één onroerende zaak vastgesteld en aanslag OZB verminderd
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde en OZB-aanslag voor zijn woning met praktijkruimte, stellende dat deze ten onrechte als twee afzonderlijke objecten waren aangemerkt. De praktijkruimte was sinds februari 2005 niet meer in gebruik als praktijk en het pand stond ruim een jaar leeg voordat het in februari 2008 werd verkocht voor €500.000.
De rechtbank oordeelde dat woning en praktijkruimte naar omstandigheden bij elkaar behoren en als één onroerende zaak moeten worden aangemerkt conform artikel 16 Wet Pro WOZ. Hierdoor was sprake van een afbakeningsfout en moesten de WOZ-beschikking en OZB-aanslag voor de praktijkruimte worden vernietigd.
Verder stelde de rechtbank vast dat de WOZ-waarde van het pand te hoog was vastgesteld. De verkoopprijs van februari 2008, teruggecalculeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2007 met een indexatie van 4,3%, kwam uit op €479.386. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat deze verkoopprijs niet representatief was.
De rechtbank stelde de WOZ-waarde van het woonhuis met praktijkruimte daarom in goede justitie vast op €479.386 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: WOZ-waarde woning en praktijkruimte vastgesteld op €479.386 en aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.