ECLI:NL:RBSHE:2010:BM7604
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vakantiedagenberekening bij WW-uitkering tijdens vakantieperiode
Eiser, met een WW-uitkering en een parttime aanstelling bij een stichting, ging in de periode van 23 tot en met 27 februari 2009 op vakantie. Verweerder bracht vijf vakantiedagen in mindering op het aantal uitkeringsdagen, gebaseerd op de wettelijke regeling dat de WW-uitkering wordt betaald over vijf dagen per week.
Eiser stelde dat slechts twee vakantiedagen in mindering hadden moeten worden gebracht, omdat hij vier dagen per week als werkzoekende stond ingeschreven en daarnaast twee dagen werkte, waarbij zijn loon werd doorbetaald tijdens vakantie. Hij voerde tevens aan dat de gehanteerde systematiek niet inzichtelijk was gemaakt.
De rechtbank overwoog dat artikel 2 van Pro de Vakantieregeling WW en artikel 30, vijfde lid, van de WW gezamenlijk bepalen dat een werknemer per kalenderjaar twintig vakantiedagen kan opnemen met behoud van WW-uitkering, en dat de uitkering wordt betaald over vijf dagen per week. Hierdoor is het aantal vakantiedagen niet afhankelijk van het aantal gewerkte uren.
De grief van eiser werd verworpen omdat de regeling geen ruimte biedt voor een berekening op basis van gewerkte uren. Verweerder heeft het aantal vakantiedagen over de betreffende periode terecht vastgesteld op vijf. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en vijf vakantiedagen worden terecht in mindering gebracht op de WW-uitkering.