ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E.M. Leclercq
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering abonnementskosten wegens niet-ondertekende overeenkomst en oneigenlijk procesgebruik
In deze verzetzaak vordert U.P.C. betaling van abonnementskosten op basis van een overeenkomst uit 1991. Opposant stelt dat hij destijds minderjarig was en de overeenkomst niet zelf heeft gesloten, mogelijk zijn vader. De kantonrechter constateert dat de facturen niet aan opposant zijn gericht en U.P.C. geen inhoudelijk verweer voert tegen het betoog van opposant.
Het vonnis van de kantonrechter te Eindhoven, waarin de vordering bij verstek werd toegewezen, wordt vernietigd. De kantonrechter in 's-Hertogenbosch wijst de vordering af en veroordeelt U.P.C. in de kosten van het verzet, inclusief de kosten van de verzetdagvaarding, vanwege het oneigenlijke gebruik van het procesrecht.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte adressering van facturen en het voeren van een inhoudelijk verweer in procedures. De procedurekosten worden aan U.P.C. opgelegd als sanctie voor het onjuist gebruik van het procesrecht.
Uitkomst: De vordering van U.P.C. wordt afgewezen en U.P.C. wordt veroordeeld in de kosten vanwege oneigenlijk gebruik van het procesrecht.