ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1423

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
648078
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.E.M. Leclercq
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering abonnementskosten wegens niet-ondertekende overeenkomst en oneigenlijk procesgebruik

In deze verzetzaak vordert U.P.C. betaling van abonnementskosten op basis van een overeenkomst uit 1991. Opposant stelt dat hij destijds minderjarig was en de overeenkomst niet zelf heeft gesloten, mogelijk zijn vader. De kantonrechter constateert dat de facturen niet aan opposant zijn gericht en U.P.C. geen inhoudelijk verweer voert tegen het betoog van opposant.

Het vonnis van de kantonrechter te Eindhoven, waarin de vordering bij verstek werd toegewezen, wordt vernietigd. De kantonrechter in 's-Hertogenbosch wijst de vordering af en veroordeelt U.P.C. in de kosten van het verzet, inclusief de kosten van de verzetdagvaarding, vanwege het oneigenlijke gebruik van het procesrecht.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte adressering van facturen en het voeren van een inhoudelijk verweer in procedures. De procedurekosten worden aan U.P.C. opgelegd als sanctie voor het onjuist gebruik van het procesrecht.

Uitkomst: De vordering van U.P.C. wordt afgewezen en U.P.C. wordt veroordeeld in de kosten vanwege oneigenlijk gebruik van het procesrecht.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN
In de zaak van:
[opposant],
wonende te [woonplaats],
opposant,
(procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand d.d. 9 oktober 2009 , nr. [nummer] ),
gemachtigde: mw. mr. W.S. van Weert, advocaat te Eindhoven,
t e g e n :
de besloten vennootschap U.P.C. Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geopposeerde,
gemachtigde: J.D. Kuik, gerechtsdeurwaarder te Eindhoven,
heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de navolgende stukken:
­ de verzetdagvaarding, met producties;
­ de conclusie van antwoord in oppositie met producties;
­ de conclusie van repliek in oppositie.
2. Het geschil en de beoordeling daarvan
2.1 Het gaat in dit geding om het volgende.
Bij dagvaarding d.d. 1 juli 2009 heeft U.P.C. [opposant] voor de kantonrechter te Eindhoven gedaagd en van hem betaling gevorderd van € 307,33 met rente en kosten. Volgens U.P.C. zag de vordering op abonnementskosten op grond van een tussen partijen op 10 november 1991 aangegane overeenkomst betreffende het standaardpakket radio/tv van U.P.C. Bij vonnis d.d. 23 juli 2009 is deze vordering door de kantonrechter te Eindhoven bij verstek toegewezen. Tegen deze veroordeling is [opposant] - naar aangenomen moet worden tijdig - in verzet gekomen. Hij stelt dat hij op het tijdstip waarop volgens U.P.C. de overeenkomst met hem is aangegaan, 9 jaar oud was. Niet hij heeft de door U.P.C. gestelde overeenkomst gesloten, maar - wellicht - zijn vader. [opposant] concludeert tot gegrondverklaring van het verzet en tot afwijzing van de oorspronkelijke vordering.
2.2 Bij repliek in oppositie stelt U.P.C. hier het volgende tegenover:
"Opposant heeft gebruik gemaakt van de diensten van geopposeerde. Daar staat uiteraard een vergoeding tegenover. Met de betaling van de facturen is opposant evenwel in gebreke gebleven. Deze facturen overlegt geopposeerde hierbij als productie 1. Ondanks herhaalde aanmaningen en sommaties bleef betaling uit, zodat geopposeerde recht en belang had om een procedure te starten. De kosten hiervan zijn dan ook voor rekening van opposant."
2.3 De kantonrechter stelt vast dat U.P.C. met geen woord ingaat op het verweer van [opposant]. Het ontgaat U.P.C. blijkbaar ook dat de door haar overgelegde facturen niet aan [opposant] zijn geadresseerd.
De conclusie moet natuurlijk zijn dat het verweer voor gegrond moet worden gehouden, dat het verzet gegrond is en dat de oorspronkelijke vordering van U.P.C. dient te worden afgewezen met veroordeling van U.P.C. in de kosten van het geding. Ook de kosten van de verzetdagvaarding dienen te harer laste te worden gebracht, gelet op het oneigenlijke gebruik van het procesrecht dat U.P.C. hier heeft gemaakt.
3. De beslissing
De kantonrechter:
vernietigt het vonnis dat de kantonrechter te Eindhoven op 16 juli 2009 tussen partijen heeft gewezen;
en opnieuw rechtdoende:
wijst de vordering van U.P.C. af;
veroordeelt U.P.C. in de kosten van het verzet aan de zijde van [opposant] gevallen en tot op heden begroot op € 85,98 wegens dagvaardingskosten en € 120,00 wegens gemachtigdensalaris, te voldoen aan de griffier van de rechtbank 's-Hertogenbosch op bankrekeningnummer [nummer] t.n.v. DS 536 arrondissement 's-Hertogenbosch, onder vermelding van zaaknummer [nummer], en wel binnen 4 weken na deze uitspraak.
Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 15 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.