ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1424

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
646427
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.E.M. Leclercq
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering abonnementskosten en incassokosten door U.P.C. Nederland B.V.

U.P.C. Nederland B.V. vordert betaling van abonnementskosten, vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde. De gedaagde voert aan dat de relatie medio 2007 zonder schuld van zijn kant is beëindigd. U.P.C. erkent de opzegging, maar stelt dat de eindfactuur betrekking heeft op verbruikskosten.

De kantonrechter constateert dat de stelling van U.P.C. in haar conclusie van repliek niet overeenkomt met de door haar overgelegde eindfactuur. Uit deze factuur blijkt dat de gedaagde nog een klein bedrag tegoed had, terwijl de vordering van U.P.C. ziet op herinneringskosten en afkoop van resterende abonnementstermijnen.

Vanwege deze tegenstrijdigheid wijst de kantonrechter de vordering van U.P.C. af en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde. De uitspraak is gedaan door kantonrechter W.E.M. Leclercq op 15 juli 2010.

Uitkomst: De vordering van U.P.C. Nederland B.V. wordt afgewezen wegens tegenstrijdigheden in haar bewijsstukken.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
DE KANTONRECHTER TE EINDHOVEN
In de zaak van:
de besloten vennootschap U.P.C. Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: J.D. Kuik, gerechtsdeurwaarder te Eindhoven,
t e g e n :
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
gemachtigde: mr. H.M.J. van Boxtel, advocaat te Eindhoven
heeft de kantonrechter het navolgende vonnis gewezen.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit de navolgende stukken:
­ de dagvaarding, met producties;
­ de conclusie van antwoord met producties,
­ de conclusie van repliek, met 1 productie;
­ de conclusie van dupliek.
2. Het geschil en de beoordeling daarvan
2.1 U.P.C. vordert van [gedaagde] betaling van € 210,64, te weten € 154,00 wegens abonnementskosten inzake een op 23 oktober 2006 tussen partijen aangegaan abonnement terzake U.P.C. standaardpakket radio/tv, € 19,64 wegens vervallen vertragingsrente en € 37,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten.
2.2 Op het kernverweer van [gedaagde] dat medio 2007 de relatie tussen partijen is beëindigd zonder schuld aan de zijde van [gedaagde], heeft U.P.C. gerepliceerd dat inderdaad medio 2007 er een opzegging van de zijde van [gedaagde] is geweest, dat die correct is verwerkt in een eindfactuur die overigens - anders dan bij antwoord door [gedaagde] wordt gesuggereerd - ziet op verbruikskosten.
2.3 Dit laatste is onjuist. Uit de door U.P.C. bij repliek overgelegde eindfactuur blijkt dat [gedaagde] gelijk heeft met zijn stelling dat hij bij het einde van het contract aan verbruikskosten nog een klein bedrag tegoed had van U.P.C., maar dat de vordering van U.P.C. ziet op herinneringskosten en op afkoop van de resterende abonnementstermijnen digitale telefonie. Reeds op grond van het feit dat de stelling van U.P.C. in haar conclusie van repliek niet te rijmen valt met de door haar zelf overgelegde productie, dient de vordering te worden afgewezen.
Als de in het ongelijk gestelde partij dient U.P.C. de kosten van het geding te dragen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt U.P.C. in de kosten van het geding aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op € 60,00 wegens gemachtigdensalaris.
Aldus gewezen door mr. W.E.M. Leclercq, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 15 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.