ECLI:NL:RBSHE:2010:BN2826
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake levering DDP Eindhoven in koopovereenkomst elektromotoren
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij Magnet-Motor, gevestigd in Duitsland, betwist dat de Nederlandse rechtbank 's-Hertogenbosch bevoegd is om kennis te nemen van het geschil met Gemco Mobile Systems B.V. over een koopovereenkomst van elektromotoren.
Magnet-Motor stelt dat de incoterm DDP Eindhoven slechts een kostenregeling betreft en geen leveringsplaats vastlegt, verwijzend naar een uitspraak van het Bundesgerichtshof. Gemco betoogt dat partijen wel degelijk levering aan het adres in Eindhoven zijn overeengekomen, waardoor de Nederlandse rechtbank bevoegd is op grond van artikel 5 lid 1 sub b van Pro de EEX-Verordening.
De rechtbank oordeelt dat de incoterm DDP Eindhoven niet alleen kosten regelt maar ook de juridische en feitelijke leveringsplaats bepaalt. De verwijzing naar het Bundesgerichtshof-arrest is niet van toepassing omdat daar geen duidelijke leveringsplaats was overeengekomen. Omdat de hoofdzaak uitsluitend betrekking heeft op de overeenkomst van november 2003 waarin DDP Eindhoven is overeengekomen, is de rechtbank bevoegd.
Het verzoek van Magnet-Motor tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De zaak wordt voor verdere behandeling op 4 augustus 2010 op de rol gezet.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af en verklaart zich bevoegd op grond van de overeengekomen levering DDP Eindhoven.