ECLI:NL:RBSHE:2010:BN6960
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing ondertoezichtstelling ondanks voortdurende grondslag
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde op 14 september 2010 het verzoek van Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant tot opheffing van de ondertoezichtstelling van een minderjarige met ernstige gedragsproblemen. De minderjarige was bijna een jaar gesloten geplaatst geweest en woonde sinds juni 2010 weer thuis. De stichting wilde de ondertoezichtstelling beëindigen vanwege het gebrek aan medewerking van ouders en kind aan het veranderingsproces, ondanks de nog steeds aanwezige grond voor de maatregel.
De rechtbank overwoog dat artikel 1:256, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek geen ruimte biedt voor opheffing zolang de grond voor de ondertoezichtstelling blijft bestaan. Het gedrag van ouders of verzorgers kan niet leiden tot opheffing van een maatregel die nog gegrond is. De rechtbank wees het verzoek daarom af en wees de stichting erop dat zij, indien nodig, de Raad voor de Kinderbescherming kan verzoeken tot ontheffing of ontzetting van de ouders uit het gezag.
De ouders en de minderjarige waren, hoewel opgeroepen, niet verschenen bij de zitting. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter A.F.C.J. Mosheuvel en is openbaar. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open onder voorwaarden.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de grond voor de maatregel onverminderd aanwezig is.